Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding (met producties 1 tot en met 3);
- de mondelinge behandeling van 17 maart 2022.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
656,00
Rechtbank Limburg
In deze zaak vordert eiser de schorsing van de tenuitvoerlegging van een beschikking waarin hij is verplicht tot betaling van kinderalimentatie. De beschikking dateert van 8 juli 2020 en bepaalt dat eiser maandelijks €174,00 moet betalen ten behoeve van de minderjarige.
Eiser betwist of hij de verwekker van de minderjarige is, hetgeen niet eerder in de procedure is aangevoerd. Hij heeft een wijzigingsverzoek ingediend, maar hierover heeft nog geen zitting plaatsgevonden. De voorzieningenrechter overweegt dat de tenuitvoerlegging slechts kan worden geschorst indien sprake is van een klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslag of een noodtoestand bij eiser.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een klaarblijkelijke misslag omdat geen vaderschapstest is overgelegd en de rechtbank in de beschikking is uitgegaan van de stelling van gedaagde. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de betaling van alimentatie tot een noodtoestand leidt, mede omdat het LBIO rekening houdt met de beslagvrije voet. Daarom wordt het verzoek afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de kinderalimentatiebeschikking wordt afgewezen.