ECLI:NL:RBLIM:2022:2373
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op faillissementsuitkering na turboliquidatie gevolgd door faillissement
De zaak betreft het recht van eiseres op een faillissementsuitkering op grond van Hoofdstuk IV van de WW, waarbij de centrale vraag is op welke datum de dienstbetrekking is geëindigd: de datum van turboliquidatie (29 april 2020) of de datum van opzegging na het uitgesproken faillissement (1 juli 2020).
Eiseres was werkzaam bij Top Balance Heerlen B.V. met een contract voor onbepaalde tijd en ontving salaris tot en met 30 april 2020. De B.V. werd ontbonden via turboliquidatie, geregistreerd op 4 mei 2020, waarna eiseres een uitkering aanvroeg met peildatum 29 april 2020. Later werd het faillissement uitgesproken op 30 juni 2020, waarna de dienstbetrekking op 1 juli 2020 werd opgezegd. Eiseres verzocht om een nieuwe peildatum voor de uitkering.
Verweerder stelde dat het faillissement geen nieuw feit (novum) was en dat de turboliquidatie de peildatum bepaalde. De rechtbank oordeelde echter dat uit het faillissementsvonnis bleek dat de B.V. geacht moet worden met terugwerkende kracht te zijn herleefd voor de vereffening, waardoor het faillissement wel degelijk een novum vormt. Hierdoor moet de peildatum worden verlegd, wat leidt tot ruimere aanspraken voor eiseres.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, bepaalde dat verweerder een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met de verplichting tot een nieuw besluit en vergoeding van griffierecht en proceskosten.