Verzoeker huurt sinds december 2019 een woonwagenstandplaats met bijgebouwen van de gemeente, die PIM als beheerder heeft aangesteld. In opdracht van de gemeente voerde een aannemer onderhoudswerkzaamheden uit, waarna verzoeker gebreken en schade aan het gehuurde en zijn woonwagen stelde.
Verzoeker verzocht de kantonrechter om een voorlopig deskundigenbericht om de omvang van de gebreken en schade vast te stellen. De gemeente en PIM verzetten zich tegen het verzoek en stelden dat niet alle gebreken voor rekening van hen komen, dat verzoeker eigen schuld heeft en dat het verzoek onvoldoende concreet is.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek niet kan worden toegewezen omdat onduidelijk is welke werkzaamheden door wie zijn verricht en welke gebreken tot het gehuurde behoren. Hierdoor kan geen duidelijke onderzoeksopdracht aan een deskundige worden gegeven. Het verzoek wordt daarom afgewezen als prematuur en in strijd met de goede procesorde.
Verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de belanghebbenden. De beslissing is gegeven door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken.