Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- op 11 mei 2018 om 16.45 uur heeft de verdachte via zijn diensttelefoon het kenteken “ [kenteken 1] ' opgevraagd in BVI-IB. Dit kenteken stond destijds op naam van [naam 10] , de moeder van de verdachte;
- op zondag 13 mei 2018 om 14.28 uur vroeg de verdachte via zijn diensttelefoon de Keno-sleutel van zijn neef [naam 6] [naam 9] op in BVI-IB. Bij deze bevraging kreeg
- op 23 mei 2018 om 22.00 uur, vroeg de verdachte via zijn diensttelefoon het registratienummer " [nummer 3] op in BVI-IB. Dit betreft een aangifte van vermissing van zijn politielegitimatiebewijs;
- op 1 juni 2018 om 21.10 uur vroeg de verdachte via zijn diensttelefoon het kenteken " [kenteken 2] " op in BVI-IB. Dit kenteken behoort bij een [naam 11] en stond destijds op naam van [bedrijf 2] ;
- op 13 augustus 2018 heeft de verdachte via een vaste werkplek op het politiebureau zijn naam en geboortedatum, alsmede het kenteken “ [kenteken 3] " (op naam van de verdachte) bevraagd in BVI-IB;
- op 21 februari 2019 heeft de verdachte via een vaste werkplek het kenteken “ [kenteken 3] ” (op naam van de verdachte) bevraagd in BVI-IB;
- Ten slotte is gebleken dat de verdachte op de navolgende data via zijn diensttelefoon zichzelf en/of het kenteken “ [kenteken 3] " (op naam van de verdachte) heeft opgevraagd in BVI-IB:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten opleveren zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 en 2 tot
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;
geval in Nederland, een geheim waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt of beroep, te weten ambtenaar van de politie, en/of wettelijk
voorschrift, te weten artikel 7 van Pro de Wet Politiegegevens, verplicht was te bewaren, opzettelijk heeft geschonden, door vertrouwelijke informatie over een strafrechtelijk
onderzoek, te weten het document ‘10 subjecten AVIM’ (zijnde een lijst met tien namen van verdachten uit het onderzoek Unakiet) en/of (vertrouwelijke) informatie en/of persoonsgegevens van meerdere personen, te weten verdachten uit het onderzoek Unakiet, aan daartoe niet gerechtigde personen / derden te verstrekken en/of te openbaren en/of te tonen;
( art 272 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
en/of waarvoor hem die toegang was toegestaan;
( art 138ab lid 1 Wetboek van Strafrecht )