Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verdere verloop van de procedure
- het verslag van de bijzondere curator van 19 augustus 2021;
- de mondelinge behandeling van 23 maart 2022 waar zijn verschenen:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De man verzocht de rechtbank om de erkenning van het vaderschap te vernietigen op grond van bedrog en dwaling, omdat hij meende dat de moeder onjuiste mededelingen had gedaan over de vermeende biologische vader die een bedreiging zou vormen voor het kind. De man wist echter ten tijde van de erkenning dat hij niet de biologische vader was.
De bijzondere curator stelde de man niet-ontvankelijk omdat het bedrog of de dwaling niet de erkenning zelf betrof, maar slechts de motieven voor de erkenning. Er was geen bewijs dat de man door valse voorstelling van zaken over het biologische vaderschap tot erkenning was gebracht. De moeder en grootmoeder waren bereid mee te werken aan een DNA-onderzoek om duidelijkheid te verschaffen.
De rechtbank oordeelde dat artikel 1:205 lid 1 BW Pro vereist dat bedrog of dwaling betrekking moet hebben op de erkenning zelf, niet op de beweegredenen. Omdat de man wist dat hij niet de biologische vader was, kon hij geen beroep doen op bedrog of dwaling. Het verzoek werd daarom afgewezen. De bijzondere curator beëindigde zijn werkzaamheden, tenzij er beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van de erkenning wordt afgewezen omdat geen sprake is van bedrog of dwaling betreffende de erkenning zelf.