Eiser kocht in 2004 een woning en financierde deze met een hypothecaire lening bij ABN AMRO. In 2005 herfinancierde eiser en zijn partner de lening via SNS op basis van het inkomen van eiser alleen. De lening bestond uit een aflossingsvrij deel en een beleggingshypotheek met een gekoppeld rendementsdepot. Na beëindiging van de relatie en arbeidsongeschiktheid van eiser ontstond discussie over vermeende overkreditering door SNS.
Eiser stelde dat SNS tekortgeschoten was in haar zorgplicht door een te hoge hypotheek te verstrekken, waarbij het inkomen onjuist was berekend en werkelijke lasten niet waren meegenomen. Hij vorderde een verklaring voor recht en schadevergoeding. SNS betwistte overkreditering, stelde dat zij de geldende normen had gevolgd en dat eiser geen schade had geleden. Ook voerde SNS verjaring aan.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van overkreditering omdat de kosten bij SNS lager waren dan bij ABN AMRO en eiser geen verplichtingen was aangegaan die hij niet al had. Daarnaast ontbrak een causaal verband tussen vermeende schending van zorgplicht en schade, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat andere banken zouden hebben geherfinancierd zonder overkreditering. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.