Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
"In een zeecontainer (genummerd [nummer] ) die staat op het terrein van de [naam bedrijf] , gevestigd aan de [adres 2] , is een opslag ten behoeve van de productie van synthetische drugs gevestigd.". [2] Nadat de politie de bewuste container heeft opgezocht en geopend, bleek dat daarin pallets stonden met daarop onder andere drukketels en reactievaten die gebruikt worden bij de productie van synthetische drugs. Deze goederen zijn nader onderzocht door de Landelijke Faciliteit Ontmanteling (LFO). [3]
“Ben er”en om 11:06 uur “
Staat er in maat”.De politie vermoedt dat daarmee wordt bedoeld dat de ketel uit de bus in de opslag is geplaatst. Uit het op die dag om 11:07 uur door [naam 6] verstuurde bericht
“Uurtje ben ik terub”is volgens de politie af te leiden dat [naam 6] zich weer opmaakt voor de terugreis.
“Ja denk het ook maar beter op terugweg als heengaans haha”. [8]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.