Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
Partijen sloten een verhuisovereenkomst voor juni 2021. Tijdens het verplaatsen van goederen door een medewerker van gedaagde werd de zoldervloer beschadigd. De schade werd vastgesteld op € 2.613,60. Eisende partij vorderde vergoeding van deze schade en bijkomende kosten, stellende dat gedaagde aansprakelijk was wegens onzorgvuldig handelen.
Gedaagde voerde verweer dat zij niet aansprakelijk was omdat zij niet op de hoogte was van de slechte staat van de zolder en dat eisende partij geen waarschuwing had gegeven. De rechtbank liet de vraag naar aansprakelijkheid in het midden, maar oordeelde dat de eigen schuld van eisende partij op grond van artikel 6:101 BW Pro doorslaggevend was. Eisende partij had immers zelf gevraagd om spullen op een kennelijk ongeschikte zolder te plaatsen en had de staat van de zolder moeten kennen.
Daarom werd de vordering afgewezen en werd eisende partij veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens eigen schuld van eisende partij.