ECLI:NL:RBLIM:2022:3452
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurtoeslag wegens uitschrijving uit de basisregistratie personen
Eiser ontving huurtoeslag voor 2020, maar werd per 18 februari 2020 uitgeschreven uit de basisregistratie personen (Brp) zonder bekende woon- of verblijfplaats. Verweerder beëindigde daarop de huurtoeslag vanaf 29 februari 2020. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij onterecht was uitgeschreven en dat hij wel aan het toeslagadres woonde. Tevens voerde hij een beroep op het vertrouwensbeginsel en stelde dat borgbetalingen als huurbetalingen moesten worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de gegevens in de Brp als juist mogen worden aangenomen tenzij er een aantekening van onjuistheid is, wat hier niet het geval was. Omdat eiser nog steeds niet ingeschreven staat op het toeslagadres, kon niet worden afgeweken van de inschrijving. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen van verweerder waren gedaan die dit rechtvaardigen. Ook werden borgsommen niet als huur erkend en was niet aangetoond dat eiser na het huurcontract nog huur had betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van de huurtoeslag wordt ongegrond verklaard.