ECLI:NL:RBLIM:2022:3734
Rechtbank Limburg
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot oplegging BOR-regeling en adviesaanvraag zorgregeling in belang van kinderen
De GI verzoekt de kinderrechter om een BOR-regeling op te leggen nadat een vrijwillige BOR-regeling tussen vader en moeder niet tot stand is gekomen. De BOR-regeling heeft als doel het contactherstel tussen vader en de kinderen onder professionele begeleiding te bevorderen.
Tijdens de zitting stemt de vader in met het verzoek, wenst echter uitstel voor juridische bijstand, en verlaat de zitting vroegtijdig. De moeder stemt in met het verzoek, maar kan geen emotionele toestemming aan de kinderen geven en stelt als voorwaarde dat hulpverleners informatie mogen uitwisselen, wat de vader weigert. Zij twijfelt aan het positieve effect van contact met de vader.
De kinderrechter constateert dat de vrijwillige BOR-regeling niet is geslaagd, dat de kinderen traumatherapie ondergaan en dat het kind [kind 1] mentaal nog niet klaar is voor contactherstel. Daarom kan de kinderrechter niet beoordelen of een verplichte BOR-regeling op dit moment in het belang van de kinderen is.
De rechtbank verzoekt de raad voor de kinderbescherming om een onderzoek en advies uit te brengen over het belang en de vorm van een zorgregeling tussen vader en de kinderen. De beslissing wordt aangehouden in afwachting van dit rapport, en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De beslissing wordt aangehouden en de raad voor de kinderbescherming wordt verzocht onderzoek en advies uit te brengen over het belang en de vorm van een zorgregeling.