Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het tussenvonnis van 29 december 2021,
- de conclusie van dupliek in oppositie (aan te merken als een conclusie van dupliek in reconventie).
Rechtbank Limburg
De stichting Woonpunt vorderde een huurachterstand van €1.804,36 van de gedaagde partij, die dit bedrag aanvankelijk betwistte. Woonpunt bracht een gedetailleerd huuroverzicht in waaruit de achterstand voortkomt uit storneringen van huurbetalingen over april 2020, december 2020 en februari 2021. De rechtbank achtte dit voldoende onderbouwd en stelde vast dat de gedaagde partij geen gemotiveerd tegenbewijs leverde.
De gedaagde partij voerde een beroep op opschorting van betaling wegens overlast door omwonenden aan, maar dit werd verworpen omdat de overlast inmiddels was beëindigd en opschorting slechts uitstel, geen kwijtschelding van betaling kan betekenen. Het verzet tegen het verstekvonnis werd daarom ongegrond verklaard en het verstekvonnis bekrachtigd.
In reconventie vorderde de gedaagde partij medewerking aan een verhuizing wegens de overlast, maar de rechtbank oordeelde dat Woonpunt voldoende inspanningen had verricht om de overlast te beëindigen en dat gezien de huurachterstand geen rechtsgrond bestond voor deze vordering. De vordering werd afgewezen.
De gedaagde partij werd veroordeeld in de proceskosten van zowel de verzetprocedure als de procedure in reconventie, begroot op €187,00 per procedure aan de zijde van Woonpunt.
Uitkomst: Het verzet tegen het verstekvonnis wordt ongegrond verklaard en de vordering tot medewerking aan verhuizing wordt afgewezen.