ECLI:NL:RBLIM:2022:4179

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
31 mei 2022
Publicatiedatum
31 mei 2022
Zaaknummer
C/03/303889 / KG ZA 22-119
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis tot medewerking aan overdracht woning en vervangende toestemming levering

In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat gedaagde meewerkt aan de verkoop en overdracht van een woning conform de gesloten koopovereenkomst en bijbehorende documenten. Gedaagde is niet verschenen en verstek is verleend.

De voorzieningenrechter wijst de vordering tot medewerking toe en bepaalt dat gedaagde binnen één week na betekening van het vonnis haar volledige medewerking moet verlenen aan de verkoop en notariële overdracht van de woning. De gevorderde vervangende toestemming op grond van artikel 3:300 BW Pro wordt deels toegewezen, namelijk de in de plaats treding ex artikel 3:300 lid 2 BW Pro, omdat dit artikel geen mogelijkheid biedt tot het verlenen van vervangende toestemming zoals door eiser verzocht.

Eiser heeft verklaard dat gedaagde niet reageert en geen contact wenst, waardoor hij zijn kinderen niet heeft kunnen zien. De voorzieningenrechter acht het noodzakelijk dat het vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW Pro in de plaats treedt van de akte van levering voor zover het betreft de toestemming en handtekening van gedaagde.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen. Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en op 30 mei 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop en overdracht van de woning en het vonnis treedt in de plaats van haar toestemming en handtekening.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/303889 / KG ZA 22-119
Vonnis in kort geding van 30 mei 2022
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. M.L.M. Schrouff,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna eiser en gedaagde genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 tot en met 14
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 16 mei 2022
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De voorzieningenrechter zal het bij petitum sub I gevorderde toewijzen met dien verstande dat zij aanleiding ziet om te bepalen dat gedaagde binnen één week
na betekeningvan dit vonnis dient mee te werken.
2.2.
De voorzieningenrechter zal de bij petitum sub II gevorderde “vervangende toestemming” als ongegrond afwijzen. Voor zover eiser heeft beoogd dit te gronden op art. 3:300 BW Pro, dan berust dit kennelijk op een onjuiste lezing van dat artikel, nu daarin geen melding wordt gemaakt van de mogelijkheid om “vervangende toestemming” te verlenen.
2.3.
Ter zitting is zijdens eiser desgevraagd verklaard dat gedaagde nergens op reageert en dat zij geen contact meer wil met eiser. Eiser verklaarde dat hij zijn kinderen daardoor al lange tijd niet had gezien. Eiser verklaarde voorts een oom te hebben gesproken, die nog wel contact heeft met gedaagde. Gedaagde heeft aan die oom aangegeven dat ze eisers brief en stukken wel had ontvangen, maar dat ze er niets mee zou doen. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter de bij petitum sub II gevorderde “in de plaats treding” ex art. 3:300 lid 2 BW Pro toewijzen, reden waarom er geen noodzaak bestaat de bij petitum onder I gevorderde dwangsom toe te wijzen.
2.4.
Voor het overige komt het gevorderde de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen als hierna is vermeld.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde om binnen één week na betekening van dit vonnis haar volledige medewerking te verlenen aan de verkoop, conform de afspraken opgenomen in de koopovereenkomst d.d. maart 2022, de overeenkomst voor vervroegde levering d.d.
21 maart 2022 én het aanhangsel behorende bij de koopakte d.d. 21 maart 2022 gesloten tussen eiser en [naam makelaar] alsmede haar volledige medewerking te verlenen aan de notariële overdracht van de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats 1] ,
3.2.
bepaalt dat - voor zover nodig - dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW Pro in de plaats zal treden van de door de notaris op te stellen akte van levering met betrekking tot voornoemde woning, voor zover het betreft het verlenen van toestemming van gedaagde tot die levering en de vereiste handtekening van gedaagde,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2022. [1]

Voetnoten

1.type: JC