Op 13 augustus 2021 werd het slachtoffer in zijn woning in Sittard-Geleen aangevallen door verdachte en twee anderen. Zij sloegen hem herhaaldelijk met gebalde vuisten, gooiden harde voorwerpen naar zijn hoofd en sloegen hem met een metalen halterstang. Ook werd hij met geschoeide voet tegen het hoofd getrapt terwijl hij op de grond lag.
Het letsel bestond uit een gebroken neus, meerdere breuken in het slaapbeen en een bloederige kneuzing in de hersenen met lucht tussen de hersenen. Forensisch onderzoek en getuigenverklaringen bevestigden de zware mishandeling en het gebruik van de halterstang. De verdachte ontkende het gebruik van harde voorwerpen en schoppen, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van medeplegen van poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet, omdat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op overlijden heeft aanvaard. De strafrechtelijke geschiedenis van de verdachte en het feit dat hij het slachtoffer bewust had opgezocht om verhaal te halen, waren strafverzwarend.
De officier van justitie eiste 5 jaar gevangenisstraf, de verdediging pleitte voor 18 maanden waarvan 9 voorwaardelijk. De rechtbank legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 42 maanden op, met aftrek van het voorarrest, en achtte een voorwaardelijk strafdeel niet passend gezien de ernst van het feit en het beperkte probleembesef van de verdachte.