De rechtbank Limburg behandelde op 18 mei 2022 de ontnemingsvordering tegen verdachte, die tevens veroordeeld werd voor verduistering, medeplegen van verduistering en witwassen. De officier van justitie vorderde een bedrag van €72.140,58 als wederrechtelijk verkregen voordeel.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat in een civiele procedure tussen de medeverdachte en het betrokken bedrijf een schikking was getroffen waarbij een bedrag van €54.000, oplopend tot €80.000 bij niet-nakoming, werd toegezegd. Zowel OM als verdediging stelden dat hierdoor het doel van de ontnemingsvordering, het ongedaan maken van het financieel voordeel, reeds was bereikt.
De rechtbank oordeelde dat de civiele schikking het strafrechtelijk belang van de ontnemingsvordering wegneemt omdat het voordeel effectief wordt gecompenseerd. Daarom verklaarde de rechtbank het OM niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De strafzaak zelf betrof verduistering en witwassen gepleegd tussen juli 2017 en januari 2019, waarbij verdachte persoonlijk betrokken was. De ontnemingsvordering werd gelijktijdig met de strafzaak behandeld, maar de uitspraak in de strafzaak ging vooraf aan deze beslissing.