ECLI:NL:RBLIM:2022:451

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 januari 2022
Publicatiedatum
21 januari 2022
Zaaknummer
ROE - 21 _ 1491
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbWet veiligheidsonderzoeken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling intrekking verklaring van geen bezwaar veiligheidsmachtiging niveau B

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Defensie tot intrekking van haar verklaring van geen bezwaar met veiligheidsmachtigingsniveau B. Deze intrekking is gebaseerd op haar vermeende betrokkenheid bij een Outlaw Motorcycle Gang gedurende de onderzoeksperiode.

De rechtbank overweegt dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat onvoldoende waarborgen aanwezig zijn dat eiseres onder alle omstandigheden de plichten uit de vertrouwensfunctie getrouwelijk zal vervullen. Daarnaast is het verzoek van verweerder om bepaalde stukken uitsluitend aan de rechtbank te laten kennen vanwege gewichtige redenen toegewezen, ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en ter voorkoming van onevenredige benadeling van derden.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de intrekking van de verklaring van geen bezwaar. Tevens is bepaald dat het verzoek tot beperking van kennisneming van bepaalde stukken gerechtvaardigd is.

Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verklaring van geen bezwaar veiligheidsmachtiging niveau B wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
Zaaknummer: ROE 21 / 1491

Beslissing van de enkelvoudige kamer van 24 januari 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. M.J. Jongste),
en

de Minister van Defensie, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 19 april 2021 (het bestreden besluit).

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen partijen die verplicht zijn inlichtingen te geven dan wel stukken over te leggen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken weigeren of de rechtbank mededelen dat uitsluitend zij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.
2. Verweerder heeft naar aanleiding van het beroep de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden. Daarnaast heeft verweerder bij brief van 29 november 2021 stukken overgelegd waarvan verweerder heeft verzocht dat uitsluitend de rechtbank kennis mag nemen van deze stukken.
3. Uitgangspunt is dat partijen in een procedure in beginsel over dezelfde stukken beschikken. Artikel 8:29 Awb Pro vormt op dit beginsel een uitzonderingsmogelijkheid die echter naar zijn aard terughoudend moet worden toegepast. De rechtbank wijst er verder op dat artikel 8:29 Awb Pro slechts van toepassing is indien het gaat om stukken of inlichtingen die een partij op grond van zijn wettelijke informatieplicht moet overleggen of geven.
4. De rechtbank dient thans te beoordelen of beperking van de kennisneming van de overgelegde stukken gerechtvaardigd is.
5. De rechtbank overweegt hierover als volgt.
Volgens de aanbiedingsbrief gaat het om stukken waarvoor wegens gewichtige redenen uitsluitend de bestuursrechter kennis mag nemen.
6. De rechtbank acht beperkte kennisneming van deze stukken wegens gewichtige redenen gerechtvaardigd en zal het verzoek daarom toewijzen. Verstrekking van de stukken blijft achterwege ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige benadeling van derden.

Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de beperking van de kennisneming van de onder overweging 2. genoemde stukken gerechtvaardigd is.
Deze beslissing is gedaan door mr. F.A.G.M. Vluggen, rechter, in aanwezigheid van J.B.J.C.L. Caelers-Sijbers, griffier
.
De beslissing is gedaan op 24 januari 2022
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: 24 januari 2022
AC

Rechtsmiddel

Een rechtsmiddel tegen deze beslissing kan slechts tegelijkertijd met het rechtsmiddel tegen de bodemprocedure worden ingesteld.