Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure in de zaak 18-323
- de dagvaarding van 14 juni 2018 houdende vorderingen in de hoofdzaak en incidentele vorderingen
- de conclusie van antwoord in het incident van 11 juli 2018
- het vonnis in incident in de zaak met nummer 252003/ HA ZA 18-335 van 24 oktober 2018 waarbij de onderhavige zaken zijn gevoegd
- het rolbericht van 25 juni 2019 waarbij de toenmalige advocaat van [gedaagde, tevens eiser in conventie] de incidentele vorderingen (in de zaak met nummer 251678/ HA ZA 18-323) heeft ingetrokken alsmede bericht van de toestemming van de wederpartij voor die intrekking
- het rolbericht van 7 oktober 2020 waarbij de curator de procedure heeft overgenomen na het faillissement van [bedrijf gedaagde] BV , de oorspronkelijk gedaagde partij
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 21 juli 2021
- de conclusie van antwoord in reconventie van 13 oktober 2021
- de mondelinge behandeling van 13 juni 2022 en de daar genomen akte wijziging eis van [gedaagde, tevens eiser in conventie] alsmede de spreekaantekeningen van respectievelijk mr. Worotikan en mr. Roos
- de beslissing van de rechter ter zitting op 13 juni 2022 - gehoord partijen - om de eiswijziging van [gedaagde, tevens eiser in conventie] in de hoofdzaak toe te laten en die in het incident te weigeren op de grond dat het incident reeds in 2019 is beëindigd.
2.De procedure in de zaak 18-335
- de dagvaarding van 21 juni 2018
- de incidentele conclusie houdende vordering tot voeging van 15 augustus 2018
- de conclusie van antwoord in het incident tot voeging, houdende akte tot referte van 12 september 2018
- het vonnis in incident van 24 oktober 2018 waarbij de onderhavige zaken zijn gevoegd
- de conclusie van antwoord van 20 februari 2019
- het rolbericht van 7 oktober 2020 waarbij de curator de procedure heeft overgenomen na het faillissement van [bedrijf gedaagde] BV , de oorspronkelijk gedaagde partij
- de akte uitlaten voortprocederen van [gedaagde, tevens eiser in conventie] van 9 juni 2021
- de akte uitlaten van de curator van 23 juni 2021
- de mondelinge behandeling van 13 juni 2022 en de daar overgelegde spreekaantekeningen van respectievelijk mr. Worotikan en mr. Roos.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
Bij een vaststellingsovereenkomst binden partijen, ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt, zich jegens elkaar aan een vaststelling daarvan, bestemd om ook te gelden voor zover zij van de tevoren bestaande rechtstoestand mocht afwijken.”
2.228,00(2 punten × tarief € 1.114,00)
4.982,00(2 punten × tarief € 2.491,00)
2.228,00(2 punten × tarief € 1.114,00)