Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[Verzoeker 1] ,
17.[Verweerster 10] ,
[Belanghebbende 8],
[Belanghebbende 15],
[Belanghebbende 21],
[Belanghebbende 22],
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoeksters] ;
- het verweerschrift van CNC;
- het verweerschrift van [verweersters sub 5 - 16] ;
- het verweerschrift van [verweerder sub 17] ;
- het verweerschrift van [verweersters sub 18-47] ;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 20 mei 2022.
2.De feiten
“respectievelijk aan de coöperatie (of aan een afhankelijke maatschappij) hebben geleverd”zou worden doorgehaald. De algemene ledenvergadering van CNC heeft op 7 juni 2017 ingestemd met de voorgestelde statutenwijziging.
compareversie van de nieuwe statuten is zichtbaar dat in artikel 25 onder Pro (ii) de strofe
“respectievelijk aan de coöperatie (of aan een afhankelijke maatschappij) hebben geleverd”is doorgestreept. De voorgestelde statutenwijziging is door de algemene ledenvergadering van CNC unaniem goedgekeurd.
3.Het verzoek
4.De beoordeling
“(…) in het kader van dit verzoek niet ter beoordeling voorligt hoe het na de vereffening van CNC resterende overschot verdeeld moet worden. Dat is uiteindelijk een zuiver vermogensrechtelijk geschil en de enquêteprocedure is niet geschikt om dat geschil te beslechten. (…)”. Van misbruik van procesrecht is op grond van het voorgaande geen sprake.