Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding en zijn inmiddels gescheiden. De eiseres vorderde een verklaring voor recht dat zij medegerechtigd is tot een aantal levensverzekeringen en koopsompolissen die de echtgenoot heeft afgesloten, en dat zij recht heeft op de helft van de uitkeringen.
De rechtbank stelde vast dat de echtgenoot verzekeringnemer en eerste begunstigde is van alle polissen, en dat de huwelijkse voorwaarden bepalen dat er geen vermogensrechtelijke gemeenschap bestaat. Betaling van de premies of koopsommen door de eiseres leidt niet tot medegerechtigdheid, maar mogelijk tot een vordering tot vergoeding.
De rechtbank wees de vorderingen van eiseres af omdat zij geen vergoeding vorderde maar medegerechtigdheid. De vordering van de echtgenoot tot medewerking aan mutatie van de polissen naar een andere verzekeraar werd toegewezen, met een termijn van veertien dagen en vervangende werking van het vonnis. Proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen.