Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 juli 2022 in de zaak tussen
[Naam] , uit [plaatsnaam] , verzoekster
:het CBR,
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Op deze dinsdag 29 maart 2022 kwam ik van de kaakchirurg in het Laurentius-ziekenhuis te Roermond. Ik reed in mijn personenauto over de [straatnaam] en wilde snel naar huis. Ik zat niet goed in mijn vel, ik had stress met mijn vriend en veel zorgen aan mijn hoofd wat mij te veel werd. Ik heb de laatste tijd veel paniekaanvallen. Gisteren, 28 maart 2022, vroeg mijn vriend iets en ook daarvan raakte ik in paniek. Twee uur daarna had ik het warm, het zweet brak mij uit, ik voelde druk op de borst en had geen controle meer. Ik was er met mijn hoofd niet meer bij. Ik ben en voel mij onzeker. Ik heb nog geen hulp hiervoor. Ik heb medicijnen gehad. Ik ben niet depressief. Ik ben in januari 2021 in behandeling geweest bij de Paaz-afdeling zij gaven mij aan dat ik overspannen was en ik kreeg een therapie bij de GGZ. Terug naar het ongeval kan ik verklaren dat ik onderweg was maar ik was het liefste in bed gebleven. Achteraf denk ik dat het niet slim was om de auto te besturen. Ik was met mijn gedachte niet bij de weg. Ik kreeg een paniekaanval. Ik zag plotseling iets wits van een auto. Ik heb volgens mij nog geremd en wilde de handrem aantrekken als noodstop. Als ik dit niet had gedaan was ik met een snelheid van 80 km/h achteropgereden. Volgens mij mag ik daar ook 80 km/h rijden. Deze witte auto stond stil en ik schrok. Ik voelde de klap en ben volgens mij met mijn hoofd op mijn stuur geklapt. Ik zit dicht op het stuur omdat ik klein ben. Ik droeg een autogordel. Na de klap heb ik de auto uitgezet en de gordel afgedaan. Ik kreeg vervolgens weer een paniekaanval...”