Eiser, voormalig operator, kreeg in 2014 een WIA-uitkering toegekend van 67,17% arbeidsongeschiktheid. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2020 heeft het UWV een herbeoordeling uitgevoerd, waaruit bleek dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het UWV beëindigde daarom de uitkering per 29 maart 2021. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn medische situatie verslechterd was en dat het onderzoek onzorgvuldig was.
De rechtbank oordeelt dat het UWV de beoordeling zorgvuldig heeft uitgevoerd. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben het dossier, inclusief actuele medische informatie van behandelaars, betrokken bij hun beoordeling. Het ontbreken van een onafhankelijk deskundige en het niet opvragen van aanvullende informatie acht de rechtbank niet onzorgvuldig, omdat daarvoor geen indicaties waren.
De rechtbank benadrukt dat de beoordeling gebaseerd is op objectief medisch onderbouwde beperkingen en niet op de subjectieve klachten van eiser. De berekening van de arbeidsongeschiktheid is transparant en voldoet aan de wettelijke eisen. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de uitkering wordt terecht beëindigd.