Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
2 oktober 2018 de hennepstekken door [verdachte 5] liet vervoeren is niet onderbouwd, nu geen lading van hennepstekken is waargenomen. Deze observatie kan daarom niet dienen als basis voor een modus operandi.
chatten’ via Signal. [19]
Google Maps’ ongeveer 15 minuten rijden met de auto van [plaats 1] ligt. De rechtbank acht bewezen dat [verdachte 3] “ [bijnaam verdachte 3] ” is en dat hij de leverancier van die hennepstekken was, aangezien hij in het tapgesprek van 19 september 2018 zei dat hij “
vorige week, de week ervoor”(naar de rechtbank begrijpt:
én de week ervoor) alles had gegeven en [verdachte 2] in die weken naar [plaats 1] is gereden. [verdachte 2] zorgde er aldus voor dat de bij [verdachte 3] bestelde hennepstekken werden opgehaald en uiteindelijk bij de afnemers van [verdachte 1] terecht kwamen, waarbij de uitlevering plaatsvond bij de woning van [verdachte 1] . Uit de inhoud van de telefoontaps en sms-berichten kan naar het oordeel van de rechtbank worden opgemaakt dat [verdachte 1] ongeveer 1500 hennepstekken per week bij [verdachte 3] bestelde. Uit de historische belgegevens van de telefoon van [verdachte 1] met het telefoonnummer van [verdachte 3] is, zeker nu er geen andere verklaring is gegeven over de aard en inhoud van deze veelvuldige contacten, naar het oordeel van de rechtbank af te leiden dat [verdachte 1] en [verdachte 3] in ieder geval al vanaf 15 maart 2018 iedere week op dezelfde voet zaken met elkaar deden.
specialis(verbijzondering) van de
generalis(algemene bepaling) uit artikel 140 Wetboek Pro van Strafrecht. Voor de betekenis van de verschillende bestanddelen moet dan ook aansluiting gezocht worden bij de jurisprudentie betreffende artikel 140 Wetboek Pro van Strafrecht.
growshop’ [winkel] . Uit de bovenstaande bewijsmiddelen, waarop de bewezenverklaring van feit 1 is gebaseerd, volgt de deelneming van [verdachte 3] aan de criminele organisatie, voor zover deze gericht is op de handel in hennepstekken. Er is geen bewijs dat [verdachte 3] bovendien bij voorbereidingshandelingen van de ‘
growshop’ was betrokken. Nu daarmee het deelnemen van [verdachte 3] aan de criminele organisatie bewezen is, zal de rechtbank bewijs dat de organisatie daarnaast het oogmerk van het plegen van voorbereidingshandelingen had buiten beschouwing laten, omdat dit voor de bewezenverklaring overbodig is.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt [verdachte 3] vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart [verdachte 3] strafbaar;
- veroordeelt [verdachte 3] tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.