ECLI:NL:RBLIM:2022:578

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 januari 2022
Publicatiedatum
27 januari 2022
Zaaknummer
C/03/300693/BZRK22/52
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3 WfzArt. 6:4 WvggzArt. 6:5 WvggzArt. 3:1 WfzArt. 3:3 Wfz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging wegens poging tot doodslag en psychiatrische stoornis

De rechtbank Limburg heeft op 27 januari 2022 uitspraak gedaan in een strafzaak waarin verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag door meerdere keren met een baksteen op het hoofd van het slachtoffer te slaan en hem te trappen. Tevens werd bewezen verklaard dat verdachte de auto van het slachtoffer heeft beschadigd. De verdediging stelde dat verdachte voorafgaand aan de feiten door het slachtoffer met de auto zou zijn overreden, maar deze stelling werd door de rechtbank verworpen.

Gelijktijdig met het vonnis werd een zorgmachtiging uitgesproken op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Uit medisch onderzoek bleek dat verdachte lijdt aan een schizotypische persoonlijkheidsstoornis met mogelijk kenmerken van een posttraumatische stressstoornis. De stoornis leidt tot ernstig nadeel voor verdachte en anderen, waaronder lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat verdachte zorgmijdend is en medicatie (antipsychotica) verplicht moet kunnen worden toegediend om ernstig nadeel af te wenden. De zorgmachtiging omvat medicatie, medische controles, insluiting, toezicht, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie voor de duur van zes maanden, met mogelijkheid tot tijdelijke overplaatsing naar een forensische instelling.

De zorgmachtiging is bij voorraad uitvoerbaar en moet binnen twee weken worden uitgevoerd. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld voor poging tot doodslag en krijgt een zorgmachtiging voor verplichte psychiatrische behandeling en opname voor zes maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK LIMBURG
Team Strafrecht
Locatie Roermond
Zorgmachtiging (artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg (Wfz) jo. art. 6:5, aanhef en onderdeel a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz))
Rekestnummer: C/03/300693 / BZ RK 22/52
Beschikking van de rechtbank op het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz Pro, ten aanzien van:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,
gedetineerd op de afdeling PPC van de P.I. Vught,
bijgestaan door zijn raadsman mr. E.H.C.K. Reijans, advocaat te Echt,
hierna te noemen: betrokkene.

1.Procesverloop

1.1.
De officier van justitie heeft verzocht een zorgmachtiging ten behoeve van betrokkene te verlenen. Dit verzoekschrift is op 10 januari 2022 bij de rechtbank binnengekomen. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring van 4 januari 2022, afgegeven door H.L.C. Morre, psychiater;
  • de politiegegevens en de strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het ernstig nadeel;
  • het zorgplan van 29 december 2021, opgesteld door drs. R.J.M. Mooren, zorgverantwoordelijke;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur drs. L.J.M. Klerks.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft -gelijktijdig met de strafzaak met parketnummer 03.097403.21 plaatsgevonden op 13 januari 2022 in het gebouw van de rechtbank Limburg, locatie Roermond.
1.3.
Ter zitting zijn aanwezig en worden gehoord:
  • de betrokkene;
  • de raadsman van betrokkene;
  • de officier van justitie.

2.Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen. Ten aanzien van de vormen van zorg en de op te leggen duur heeft de officier van justitie verwezen naar het verzoekschrift.

3.Standpunt van betrokkene

Betrokkene heeft aangevoerd dat hij baat heeft bij de medicatie, maar het liefst zou hij geen medicatie innemen. Als het moet, dan zal hij wel medicatie nemen.
De raadsman heeft aangevoerd dat het verzoek moet worden toegewezen. Betrokkene stemt op dit moment weliswaar in met het zorgplan, maar dit betekent niet dat betrokkene steeds vrijwillig zorg zal accepteren. Het nemen van medicatie is van groot belang. Betrokkene heeft hier veel baat bij.

4.Beoordeling

4.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een
schizotypische persoonlijkheidsstoornis en mogelijk zijn er kenmerken van een posttraumatische stressstoornis.
4.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige materiële schade, ernstige immateriële schade en maatschappelijke teloorgang voor betrokkene of een ander, alsmede de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
4.3.
Om ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, om ernstig nadeel en een crisissituatie af te wenden, alsmede om de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig.
4.4.
Het is noodzakelijk dat betrokkene antipsychotica gebruikt ter stabilisatie van het psychisch toestandsbeeld. Betrokkene is zorgmijdend en het is derhalve noodzakelijk om medicatie (antipsychotica) verplicht toe te kunnen dienen om ernstig nadeel in de vorm van ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang af te wenden. In het verleden is eerder gebleken dat de bereidbaarheid van betrokkene breekbaar is en dat betrokkene zich alsnog aan de behandeling en begeleiding kan onttrekken. Onder deze omstandigheden moet worden geoordeeld dat er sprake is van verzet.
4.5.
Dit betekent dat kan worden vastgesteld dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op geheel vrijwillige basis. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan, de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur.
De volgende vormen van zorg worden voor de duur van zes maanden verzocht:
- toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles, ter behandeling van een psychische stoornis;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht van betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
4.6.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste zorg is rekening gehouden met de veiligheid van betrokkene en met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.8.
De rechtbank komt tot de conclusie dat is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend voor de duur van zes maanden, derhalve tot en met 27 juli 2022.
4.9.
Beveiligingsniveau voldoende bij het afgeven van een zorgmachtiging?De Wvggz heeft als doel passende zorg te realiseren. Het doel is om betrokkene ambulant te behandelen. Nu uit het verleden is gebleken – en betrokkene dat nu voor wat betreft het bereidwillig innemen van medicatie ook zelf aangeeft – dat de bereidheid van betrokkene tot acceptatie van zorg breekbaar is, bestaat er een reële kans dat betrokkene zich in ambulante setting alsnog aan de noodzakelijke zorg zal onttrekken, hetgeen kan leiden tot ontregeling en ernstig nadeel. Eerst in een dergelijke situatie is het noodzakelijk om betrokkene op te nemen in een accommodatie om het toestandsbeeld adequaat te stabiliseren, om toe te zien op medicatie-inname en om voornoemd ernstig nadeel af te wenden. Zodra stabiliteit weer aanwezig is zal het ambulante traject weer worden voortgezet.
Artikel 6:4 lid 3 Wvggz Pro biedt in een dergelijke situatie ook de mogelijkheid van een tijdelijke plaatsing in een instelling als bedoeld in artikel 3:1, lid 1 of artikel 3:3 lid 1 van Pro de Wfz, dat wil zeggen een rijksinstelling voor forensische zorg of een private instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden. Tot tijdelijke overplaatsing naar een dergelijke instelling kan de geneesheer-directeur besluiten in geval de veiligheid binnen de accommodatie in het geding is en daardoor een meer beveiligde omgeving voor betrokkene is aangewezen (beveiligingsniveau 4). De duur van een tijdelijke overplaatsing wordt beperkt tot acht weken.

5.Beslissing

De rechtbank:
wijst toehet verzoek van de officier van justitie en
verleent een zorgmachtigingten aanzien van
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
Vorm van zorg
Duur
toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controle, ter behandeling van een psychische stoornis
6 maanden
insluiten
6 maanden
Uitoefenen van toezicht op betrokkene
6 maanden
Aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten
6 maanden
Opnemen in een accommodatie
6 maanden
Bepaaltdat betrokkene voor de duur van maximaal acht weken kan worden overgeplaatst naar een rijksinstelling voor forensische zorg of een private instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden. De beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden is voor de duur van de opname in voornoemde instelling van overeenkomstige toepassing voor zover vermeld in artikel 6:4 lid 5 Wvggz Pro.
Deze zorgmachtiging is bij voorraad uitvoerbaar. De machtiging is geldig vanaf dagtekening en moet binnen twee weken ten uitvoer worden gelegd.
Deze zorgmachtiging is geldig voor de duur van
6 (zes) maanden, te weten uiterlijk tot en met
27 juli 2022.
Deze machtiging is op 27 januari 2022 gegeven door
mr. S.A.M.C. van de Winkel, voorzitter, mr. M.J.H. van den Hombergh en mr. W.A.M. de Loo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg, griffier.
Buiten staat
De griffier is niet in de gelegenheid om deze beschikking mede te ondertekenen.
Tegen de beschikking van deze rechtbank staat voor verzoeker beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,
in te stellen door een advocaat middels het indienen van een verzoekschrift bij de griffie van de Hoge Raad,
binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking.