Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen;
- het verweerschrift met bijlagen, waaronder een usb-stick met camerabeelden;
- de mondelinge behandeling op 20 juli 2022.
Rechtbank Limburg
De werknemer trad sinds 10 augustus 2020 in dienst bij Autoschade Heerlen als voorbewerker. Op 26 april 2022 greep hij zijn collega bij de keel en maakte met een ijzeren scharnier slaande bewegingen richting deze collega. De werkgever sprak daarop een ontslag op staande voet uit, bevestigd in een brief.
De werknemer betwistte het ontslag, stelde dat hij niet had geslagen maar alleen angst wilde inboezemen, en dat de collega hem had uitgedaagd. Hij berustte echter in het ontslag en vorderde diverse vergoedingen, waaronder transitievergoeding en billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet een dringende reden had. Het fysiek bij de keel grijpen en de dreigende bewegingen met het ijzeren scharnier zijn gewelddadig en intimiderend, en ontoelaatbaar op de werkvloer. Het feit dat geen letsel was opgetreden en dat de werknemer geen intentie had om te slaan doet hier niet aan af.
De rechter verwierp het verweer dat de collega hem had geprovoceerd en dat het ontslag te zwaar was. Er was geen sprake van een minder ingrijpende maatregel. Het verzoek tot het vervallen verklaren van het concurrentiebeding werd eveneens afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig verklaard en de vorderingen van de werknemer zijn afgewezen.