De rechtbank Limburg heeft op 29 juli 2022 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van het plegen van seksuele en ontuchtige handelingen op een verstandelijk beperkte passagier tijdens taxiritten in september 2021.
De officier van justitie eiste bewezenverklaring van beide feiten, gebaseerd op de gedetailleerde en consistente verklaring van het slachtoffer en aanvullend steunbewijs. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de verklaringen en stelde dat de beschreven handelingen feitelijk onmogelijk waren, met onvoldoende steunbewijs.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer onderling inconsistent waren en dat de situatie zoals beschreven niet aannemelijk was gezien de omstandigheden en kleding. Daarnaast gaf het bewijsmateriaal, waaronder verklaringen van een andere taxichauffeur en rittenregistraties, meer steun aan het verhaal van de verdachte dat hij de passagier aansprak op ongepast gedrag.
Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank de verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.