Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat er hennepstekken zaten in de dozen die [verdachte 5] in de Kia Sportage vervoerde.
chatten’ via Signal. [19]
Google Maps’ ongeveer 15 minuten rijden met de auto van [plaats 1] ligt. De rechtbank acht bewezen dat [verdachte 3] “ [verdachte 3] ” is en dat hij de leverancier van die hennepstekken was, aangezien hij in het tapgesprek van 19 september 2018 zei dat hij “
vorige week, de week ervoor”(naar de rechtbank begrijpt:
én de week ervoor) alles had gegeven en [verdachte 2] in die weken naar [plaats 1] is gereden. [verdachte 2] zorgde er aldus voor dat de bij [verdachte 3] bestelde hennepstekken werden opgehaald en uiteindelijk bij de afnemers van [verdachte 1] terecht kwamen, waarbij de uitlevering plaatsvond bij de woning van [verdachte 1] . Uit de inhoud van de telefoontaps en sms-berichten kan naar het oordeel van de rechtbank worden opgemaakt dat [verdachte 1] ongeveer 1500 hennepstekken per week bij [verdachte 3] bestelde. Uit de historische belgegevens van de telefoon van [verdachte 1] met het telefoonnummer van [verdachte 3] is, zeker nu er geen andere verklaring is gegeven over de aard en inhoud van deze veelvuldige contacten, naar het oordeel van de rechtbank af te leiden dat [verdachte 1] en [verdachte 3] in ieder geval al vanaf 15 maart 2018 iedere week op dezelfde voet zaken met elkaar deden.
teeltniet bewezen, nu er geen aanwijzingen zijn dat hij bij de teelt van de hennepstekken enige betrokkenheid had.
specialis(verbijzondering) van de
generalis(algemene bepaling) uit artikel 140 Wetboek Pro van Strafrecht. Voor de betekenis van de verschillende bestanddelen moet dan ook aansluiting gezocht worden bij de jurisprudentie betreffende artikel 140 Wetboek Pro van Strafrecht.
growshop’ [winkel] . Uit de bovenstaande bewijsmiddelen, waarop de bewezenverklaring van feit 1 is gebaseerd, volgt de deelneming van [verdachte 5] aan de criminele organisatie, voor zover deze gericht is op de handel in hennepstekken. Er is geen bewijs dat [verdachte 5] bovendien bij voorbereidingshandelingen van de ‘
growshop’ was betrokken. Nu daarmee het deelnemen van [verdachte 5] aan de criminele organisatie bewezen is, zal de rechtbank bewijs dat de organisatie daarnaast het oogmerk van het plegen van voorbereidingshandelingen had buiten beschouwing laten, omdat dit voor de bewezenverklaring overbodig is.
bestemd warenvoor beroeps- of bedrijfsmatige dan wel grootschalige teelt en/of handel in dan wel vervoer van hennep.
nietwerd gebruikt voor het vervoer van hennepstekken. Dat er hennepstekken met dit voertuig zijn vervoerd, maakt niet dat de bestemming van het voertuig is gewijzigd. Dat zou naar het oordeel van de rechtbank een te ruime uitleg zijn van het bepaalde in artikel 11a van de Opiumwet en niet stroken met het doel en strekking van deze strafbepaling. Van de overige voorwerpen genoemd op de tenlastelegging blijkt niet dat [verdachte 5] daar enige beschikkingsmacht over had.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt [verdachte 5] vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart [verdachte 5] strafbaar;
taakstrafvoor de duur van
120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis;