ECLI:NL:RBLIM:2022:6056

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 juli 2022
Publicatiedatum
8 augustus 2022
Zaaknummer
9979147 CV 22-3227
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 sub a RvArt. 4 EU-verordening 2015/262Art. 23 EU-verordening 2015/262
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot afgifte van het paspoort van een pony

Eiser heeft een pony gekocht die zonder paspoort werd geleverd omdat de voormalige eigenaar het paspoort niet wilde afgeven. Eiser verzocht om een duplicaat paspoort, maar dit werd afgewezen. Het paspoort is in het bezit van de voormalige eigenaar die weigert het af te geven.

De kantonrechter oordeelt dat hij bevoegd is omdat de waarde van het paspoort evident onder de € 25.000 ligt. Het spoedeisend belang is aanwezig omdat eiser zonder paspoort niet kan deelnemen aan wedstrijden en het paard niet kan vervoeren.

Op grond van Europese regelgeving blijft het paspoort eigendom van de instantie die het heeft afgegeven en dient het het paard te volgen. De voormalige eigenaar heeft geen juridisch belang het paspoort achter te houden. De vordering tot afgifte wordt toegewezen met een dwangsom van € 250 per dag, met een maximum van € 25.000.

De voormalige eigenaar wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de voormalige eigenaar tot afgifte van het paspoort van de pony binnen twee dagen onder verbeurte van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 9979147 \ CV EXPL 22-3227
Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 27 juli 2022
in de zaak van:
[eiser],
wonend [adres eiser] ,
[woonplaats eiser] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. N. Ligthart (Stichting Achmea Rechtsbijstand),
tegen:
[gedaagde],
wonend te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde partij,
gemachtigde mr. L. Mooijekind.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de op 20 juli 2022 gehouden mondelinge behandeling
- de door mr. Mooijekind overgelegde pleitnota.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] heeft op 5 maart 2020 de pony [ponynaam] bij een executoriale verkoop bij Centro Hipico te Maasbree gekocht voor een bedrag van € 650,00. Op deze pony was door de gerechtsdeurwaarder op 28 januari 2020 executoriaal beslag gelegd ten laste van eigenaar [gedaagde] in verband met een openstaande vordering van Centro Hipico. Omdat [gedaagde] had geweigerd het paspoort van de pony aan de gerechtsdeurwaarder af te geven, heeft [eiser] de pony zonder paspoort in bezit gekregen.
2.2.
[eiser] heeft een verzoek gedaan tot afgifte van een duplicaat paspoort bij de Vereniging Arabische Volbloedpaardenstamboek. Deze heeft de aanvraag afgewezen.
Het tegen dit besluit ingediende bezwaarschrift is op 6 mei 2022 door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ongegrond verklaard.
[eiser] heeft beroep aangetekend bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
2.3.
Het paspoort van [ponynaam] is in het bezit van [gedaagde] .
2.4.
[gedaagde] weigert de afgifte van het paspoort aan [eiser] .

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – het volgende:
  • primair: [gedaagde] te veroordelen tot afgifte van het paspoort van de pony [ponynaam] met chipnummer [chipnummer] aan [eiser] , op verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag voor elke dag of dagdeel dat [gedaagde] nalatig is hieraan gehoor te geven met een maximum van € 25.000,00,
  • subsidiair: [gedaagde] te veroordelen– indien afgifte zoals hiervoor bedoeld niet mogelijk is – tot afgifte aan [eiser] van een bewijs van aangifte bij de politie dat het paspoort is kwijtgeraakt dan wel is vernietigd, op verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag voor elke dag of dagdeel dat [gedaagde] nalatig is hieraan gehoor te geven met een maximum van € 25.000,00,
  • meer subsidiair: voor recht te verklaren dat [gedaagde] niet wenst mee te werken aan de afgifte van het paspoort, danwel aangifte bij de politie,
  • [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
[eiser] legt aan de vorderingen ten grondslag dat op grond van het hippisch recht het paspoort het paard te alle tijden dient te volgen, alsmede dat [eiser] eigenaresse is van het paard en [gedaagde] niet. [gedaagde] is daarmee niet de eigenaar van het paspoort.
3.3.
[gedaagde] voert als verweer – kort gezegd – aan dat de kantonrechter niet bevoegd is en dat de spoedeisendheid, alsmede de juridische grondslag van de vorderingen ontbreken.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bevoegdheid kantonrechter
4.1.
De kantonrechter acht zich bevoegd van onderhavige vorderingen kennis te nemen. Op grond van artikel 93 sub a Rv Pro worden zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde behandeld en beslist door de kantonrechter, indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vorderingen geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000,00. Nu het hier enkel gaat om een identificatiedocument behorende bij een pony waarvan de waarde ver beneden die grens ligt, is de kantonrechter van oordeel dat evident is dat de waarde van het paspoort de € 25.000,00 ook niet overstijgt.
Spoedeisendheid
4.2.
[eiser] heeft ten aanzien van de spoedeisendheid desgevraagd gesteld dat – toen zij vernam in overtreding te zijn – een aanvraag voor een duplicaat paspoort heeft gedaan, welke aanvraag is afgewezen. Vervolgens heeft zij bezwaar en inmiddels beroep aangetekend. Inmiddels is duidelijk dat zij (eerst) de civiele weg dient te bewandelen. [eiser] is elke dag zonder paspoort in overtreding, zij kan op deze manier niet deelnemen aan wedstrijden en kan het paard niet vervoeren naar bijvoorbeeld de dierenarts.
De kantonrechter is daarmee van oordeel dat [eiser] voldoende spoedeisend belang bij het gevorderde heeft.
Juridische grondslag
4.3.
[eiser] heeft gesteld dat de grondslag van de vorderingen in het hippische recht moet worden gezocht, meer specifiek in de Europese Uitvoeringsverordening (2015/262) en in de sinds 21 april 2021 geldende Europese Dierenverzorgingsverordening.
Volgens [gedaagde] is zij eigenaar van het paspoort en is er geen juridische grondslag voor de vorderingen.
4.4.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Als onbetwist staat vast dat [eiser] sinds 5 maart 2020 eigenaar is van de pony [ponynaam] .
Vast staat dat ook [gedaagde] het paspoort van [ponynaam] in haar bezit heeft en niet wenst af te geven aan [eiser] .
4.5.
Op het houden van paarden is Europese regelgeving van toepassing.
Op grond van artikel 4 van Pro de verordening (2015/262) blijft een paardenpaspoort eigendom van de instantie die het heeft afgegeven. [gedaagde] is daarmee dus geen eigenaar van het betreffende paspoort van [ponynaam] . Op grond van artikel 23 van Pro diezelfde verordening dient het paspoort het paard waarvoor het is afgegeven te allen tijde te vergezellen. Op overtreding hiervan staan (hoge) boetes.
[eiser] heeft dus groot belang bij afgifte, omdat zij eigenaar is van [ponynaam] , terwijl [gedaagde] geen in rechte te respecteren belang heeft bij het niet afgeven daarvan.
4.6.
Nu vast staat dat [gedaagde] het paspoort in haar bezit heeft, is de primaire vordering tot afgifte van dat paspoort aan [eiser] toewijsbaar. De kantonrechter zal hieraan een termijn van twee dagen verbinden na betekening van het vonnis.
Nu [gedaagde] al meer dan twee jaar weigert het paspoort af te geven ziet de kantonrechter ziet aanleiding de dwangsom als gevorderd toe te wijzen.
4.7.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:
  • dagvaarding € 129,74
  • griffierecht 86,00
  • salaris gemachtigde
totaal € 962,74
4.8.
De kantonrechter zal dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.De beslissing

De kantonrechter in kort geding.
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van afgifte aan [eiser] af te geven het paspoort van de pony [ponynaam] met chipnummer [chipnummer] , op verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag voor elke dag of dagdeel dat [gedaagde] niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 25.000,00,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van [eiser] gevallen en tot op heden begroot op € 962,74,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.J.C.A. Roeffen en in het openbaar uitgesproken.
type: DT
coll: