ECLI:NL:RBLIM:2022:6060
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij dwangsom bouwvergunning
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een last onder dwangsom die door het college van burgemeester en wethouders van Maastricht is opgelegd wegens bouwen in afwijking van een verleende omgevingsvergunning. Verzoeker had een begunstigingstermijn van 42 dagen gekregen om de overtreding te beëindigen, welke termijn was opgeschort in afwachting van een nieuwe vergunningaanvraag.
Na afwijzing van deze aanvraag door het college liep de begunstigingstermijn tot 21 januari 2022. Het verzoek om voorlopige voorziening werd pas op 13 juli 2022 ingediend, nadat de termijn was verstreken en de dwangsom van maximaal € 60.000,- van rechtswege was verbeurd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hierdoor geen spoedeisend belang meer bestaat. Bovendien had verzoeker het verzoek veel eerder kunnen indienen. Het feit dat nog geen invorderingsbeschikking is opgelegd, laat onverlet dat bezwaar en een nieuw verzoek om voorlopige voorziening mogelijk zijn zodra die beschikking er is.
Daarom wordt het verzoek afgewezen en hoeft het college geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.