Verweerder kende eiser een persoonsgebonden budget (pgb) toe voor beschermd wonen op grond van de Wmo 2015. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit dat het pgb niet werd verhoogd. De rechtbank stelde in een tussenuitspraak dat verweerder een nader onderzoek moest doen conform een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB).
Verweerder heeft dit onderzoek niet adequaat uitgevoerd. Er was een huisbezoek, maar de benodigde informatie voor vaststelling van de hulpvraag ontbrak. Pogingen om aanvullende informatie te verkrijgen faalden. Verweerder motiveerde ook niet welk uurtarief voor de zorg geldt en ging niet in op het verzoek tot verhoging van het aantal uren begeleiding.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen dat voldoet aan de wettelijke eisen en de eerdere uitspraken. Het beroep wordt gegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt aan eiser vergoed.