Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het procesverloop
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI.
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die reeds twee jaar in een pleeggezin verblijft. De ouders oefenen het gezag uit, maar zijn niet in staat een veilige en stabiele opvoedsituatie te bieden door onder meer psychiatrische problematiek, instabiliteit in hun relatie en vermoedelijk middelengebruik.
Tijdens de mondelinge behandeling gaven de ouders aan dat hun situatie is verbeterd en zij bereid zijn mee te werken aan hulpverlening en drugstesten. De pleegouders waren niet aanwezig en maakten geen standpunt kenbaar. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde verlenging van de maatregelen en benadrukte dat de GI een perspectiefbesluit moet nemen.
De kinderrechter oordeelt dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat de ouders nog niet het benodigde opvoedklimaat kunnen bieden. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd voor een jaar. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd voor ruim vier maanden met voorwaarden voor de ouders en GI, waarna een nieuwe beoordeling volgt. De ouders moeten onder meer omgangscontacten uitbreiden, drugstesten ondergaan en therapieverslagen overleggen.
Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling voor een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing voor ruim vier maanden met voorwaarden en stelt een nieuwe zitting in.