Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam 1] , te [plaatsnaam 1] , verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2022.
Rechtbank Limburg
Verzoeker heeft een last onder bestuursdwang gekregen om een woonwagen te verwijderen die hij illegaal op een perceel heeft geplaatst in strijd met het bestemmingsplan. Hij maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om handhaving te schorsen. De voorzieningenrechter overweegt dat er geen concreet zicht is op legalisatie van de woonwagenlocatie en dat de gemaakte afspraken uit een vaststellingsovereenkomst geen rechtvaardiging vormen om handhavend optreden te voorkomen.
Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat hij geen alternatieve woonruimte heeft, ondanks zijn stelling dat hij gedwongen was terug te keren naar de locatie. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situatie van andere bewoners met een omgevingsvergunning niet vergelijkbaar is. De voorzieningenrechter concludeert dat het bestuursorgaan bevoegd was tot handhaving en dat het primaire besluit een gerede kans van slagen heeft.
Derhalve wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, met uitzondering van een verlenging van de begunstigingstermijn met twee weken om verzoeker de gelegenheid te geven de woonwagen zelf te verwijderen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, met verlenging van de begunstigingstermijn tot twee weken na uitspraak.