ECLI:NL:RBLIM:2022:7128
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening sluiting woning vanwege drugsaanwezigheid
Verzoeker huurt een woning waar tijdens een politieonderzoek op 16 juni 2022 aanzienlijke hoeveelheden soft- en harddrugs werden aangetroffen, alsmede attributen voor drugshandel. Verweerder legde daarop een last onder bestuursdwang op om de woning vanaf 16 augustus 2022 voor twaalf maanden te sluiten.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moest eerst beoordelen of er sprake was van een spoedeisend belang. Verzoeker stelde dat hij zonder de woning letterlijk op straat zou komen te staan en geen eigen middelen heeft.
De voorzieningenrechter constateerde dat de woning al gesloten was en verzoeker deze had moeten verlaten. Bovendien had verzoeker de huurovereenkomst opgezegd, die per eind september 2022 eindigt. Ter zitting bleek onduidelijk of de opzegging ongedaan gemaakt kon worden. Verweerder bracht naar voren dat verzoeker niet meer in de gemeente staat ingeschreven en dat de verhuurder een zero tolerance-beleid hanteert, waardoor terugkeer naar de woning niet mogelijk is.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen spoedeisend belang was en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.