Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] ,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 januari 2022,
- conclusie van antwoord in reconventie,
- de door [gedaagde in conventie, verweerder in reconventie] nagestuurde producties 19 tot en met 23, ter griffie ontvangen op
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
- het plaatsen van twee stalen balken in de zijgevel van de woning die in eigendom aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] toebehoort,
- het verwijderen van een hemelwaterafvoer.
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
- de buitenmuur was destijds eigendom van nr. [adres 2] ,
- die muur is vervolgens “omhooggetrokken” ten behoeve van nr. [adres 1] ,
- omdat dit bij notariële akte is vastgelegd, is er afgeweken van de wettelijke mandeligheid,
- in de notariële akte is niet bedongen dat de opgetrokken gevelmuur niet mandelig zou zijn, terwijl het voor de hand zou liggen om dienaangaande wel iets in de akte op te nemen hadden partijen dat toentertijd gewild,
- nu er in de akte niets is opgenomen, moet ervan worden uitgegaan dat de muur en het
nietmandelig is voor wat betreft het uitstekende deel, komt daarmee weer bij [eiser in conventie, verweerder in reconventie] te liggen. De rechtbank stelt vast dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie] dienaangaande slechts heeft aangevoerd dat het woordje ‘tussen’ in de notariële akte duidelijk maakt dat het gaat om het deel van de gevel dat tussen de panden staat, maar hij geeft geen nadere toelichting hierop, hetgeen in het licht van de uitleg zoals door [gedaagde in conventie, verweerder in reconventie] gegeven, onvoldoende is om te slagen. De rechtbank neemt daarom als vaststaand aan dat de gehele muur mandelig is. Gelet hierop zal de rechtbank het door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] bij petitum sub 1 en sub 2 gevorderde afwijzen, nu die vorderingen ervan uitgaan dat de muur volledig in eigendom toebehoort aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] , hetgeen niet het geval is.
totaaldoor hem geleden schade hoger is dan het bedrag van € 423,50, maar niet dat de schade met betrekking tot alleen de hemelwaterafvoer € 423,50 bedraagt, zijnde een stelling die nadrukkelijk in de conclusie van antwoord in conventie door [gedaagde in conventie, verweerder in reconventie] is ingenomen, en tijdens de mondelinge behandeling ook is herhaald. De rechtbank gaat dan ook uit van dit bedrag en zal [gedaagde in conventie, verweerder in reconventie] veroordelen aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie] een bedrag van € 423,50 te betalen.
- griffierecht € 952,00
- salaris advocaat