Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De voorlopige hechtenis
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan materiële schade aan [slachtoffer 1] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen ( [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] ) is betaald;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan immateriële schade aan [slachtoffer 1] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens de ander is betaald;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op tot
- bepaalt de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast op 53 dagen; verstaat dat deze gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte bovengenoemde bedragen aan de benadeelde partij heeft voldaan, daarmee de betalingsverplichting aan de Staat is vervallen en omgekeerd, dat voor zover de verdachte de genoemde bedragen aan de Staat heeft betaald, zijn betalingsverplichting jegens de benadeelde partij komt te vervallen.