ECLI:NL:RBLIM:2022:7987

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
12 oktober 2022
Publicatiedatum
17 oktober 2022
Zaaknummer
C/03/272748 / HA ZA 20-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
HR 7 december 2001, NJ 2002/576HR NJ 1990/441
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid en schadevergoeding voor gebreken aan woning na bouw

In deze civiele bodemzaak vordert eiseres schadevergoeding van RD Benelux B.V. wegens gebreken aan haar woning die voortvloeien uit tekortkomingen in de nakoming van de bouwovereenkomst. De rechtbank beoordeelt onder meer de omvang van de schade, de toewijsbaarheid van diverse posten en het effect van de latere sloop van de woning door noodweer.

De rechtbank stelt vast dat RD Benelux B.V. tekort is geschoten in haar verplichtingen, waaronder het niet of onvoldoende verhelpen van gebreken uit het opleverprotocol. De vordering wordt grotendeels toegewezen, met een schadevergoeding van ruim €112.000 exclusief wettelijke rente en bijkomende kosten. Een bedrag van €2.072,35 aan kosten voor nieuwe eindgroepen wordt afgewezen vanwege onduidelijkheid over specificatie, evenals een schadepost van €6.000 voor de elektriciteitsinstallatie omdat een deskundigenonderzoek niet mogelijk is.

De rechtbank oordeelt dat de sloop van de woning geen invloed heeft op de aansprakelijkheid van RD Benelux B.V. voor de reeds ontstane schade, verwijzend naar jurisprudentie van de Hoge Raad. De vorderingen van RD Benelux B.V. in reconventie worden afgewezen. Daarnaast wordt RD Benelux B.V. veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente over de toegewezen bedragen.

Het vonnis is gewezen door rechter I.M. Etman en op 12 oktober 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: RD Benelux B.V. wordt veroordeeld tot betaling van €112.112,80 schadevergoeding en bijkomende kosten wegens tekortkomingen in de bouw.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/272748 / HA ZA 20-17
Vonnis van 12 oktober 2022
in de zaak van
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie],
wonende te [woonplaats] ,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. L. Vissers te Eindhoven,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RD BENELUX B.V.,
gevestigd te Geleen,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. G.A.M.F. Spera te Maastricht-Airport.
Partijen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en RD Benelux B.V. genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 16 februari 2022
  • de akte uitlaten van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]
  • de akte uitlaten van RD Benelux B.V.
  • de antwoord-akte van RD Benelux B.V.
1.2.
Daarna is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

In conventie

2.1.
In het tussenvonnis van 16 februari 2022 heeft de rechtbank overwogen [1] voornemens te zijn een deskundige te benoemen voor de in die rechtsoverwegingen geformuleerde vragen en partijen - kort gezegd - in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over dit voornemen, het aantal en de persoon van de deskundige, de kosten en de vragen. Verder heeft de rechtbank [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over hetgeen is overwogen in r.o. 4.40. en aangekondigd dat RD Benelux B.V. bij antwoord-akte daarop mag reageren.
2.2.
Partijen hebben zich bij (antwoord)akte uitgelaten.
Vervolg: tekortkomingen in het werk?
elektriciteitsinstallatie – hoogte afgewezen post separate eindgroepen2.3. In r.o. 4.40. van het tussenvonnis van 16 februari 2022 heeft de rechtbank overwogen dat:
- het verwijt van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dat er te weinig separate eindgroepen zijn, onterecht is en dat deze kosten daarom niet voor rekening van RD Benelux B.V. komen;
- onduidelijk is welk bedrag bij dit deel van de vordering hoort, gelet op productie 14 bij de dagvaarding, pagina 32 bovenaan en zevende tekstregel van onder en de factuur van [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] );
- niet duidelijk is of er al nieuwe eindgroepen gemaakt zijn, of de kosten onderdeel uitmaken van de factuur van [naam bedrijf] en zo ja, welk bedrag van deze factuur op die werkzaamheden ziet.
2.4.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft bij akte gesteld dat [naam bedrijf] nieuwe eindgroepen gemaakt heeft en dat de kosten die hij in rekening gebracht heeft onder meer zien op die werkzaamheden. Zij stelt dat het lastig is te concretiseren welk deel van de factuur van [naam bedrijf] van € 2.072,35 inclusief btw op die werkzaamheden betrekking heeft. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt voor alle kosten die bij deze factuur in rekening gebracht zijn uit het schadeoverzicht van productie 14 te schrappen.
2.5.
RD Benelux B.V. is van mening dat het bedrag van € 2.072,35 inclusief btw afgewezen moet worden omdat specificatie van de kosten is uitgebleven.
2.6.
Nu vast is komen te staan dat [naam bedrijf] nieuwe eindgroepen gemaakt heeft en onduidelijk is welk deel van de factuur van [naam bedrijf] van € 2.072,35 inclusief btw hierop betrekking had, zal de rechtbank dit bedrag volledig als schadepost afwijzen.
elektriciteitsinstallatie – voornemen benoeming deskundige
2.7.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft de rechtbank laten weten dat haar woning getroffen is door het noodweer van juli 2021 waarbij haar woning door het water zodanig is aangetast dat deze onbewoonbaar is verklaard en gesloopt moest worden. Het is dan ook niet meer mogelijk dat een deskundige ter plaatse de elektrische installatie bekijkt. Wel zou een ‘papieren’ onderzoek door een deskundige op basis van het voorhanden zijnde schriftelijke bewijsmateriaal mogelijk zijn. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verzoekt de rechtbank echter, gelet op de beperkte omvang van de schadepost, geen deskundige te benoemen maar eindvonnis te wijzen.
2.8.
Ook RD Benelux B.V. heeft bij akte aangevoerd dat de woning niet meer bestaat en onderzoek niet meer mogelijk is.
2.9.
Nu de bewijslast van de stelling over de gebrekkigheid van de elektriciteits-installatie bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ligt en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen prijs stelt op het deskundigenonderzoek dat nodig is om de gegrondheid van haar stelling te kunnen beoordelen, zal de rechtbank afzien van benoeming van een deskundige en de vordering voor zover die ziet op de schadepost ‘elektriciteitsinstallatie’ ter grootte van € 6.000,00 afwijzen.
Overig
2.10.
De rechtbank begrijpt dat RD Benelux B.V. aanvoert dat vanwege de sloop van de woning de vorderingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet (meer) toewijsbaar zijn. Zij betwist dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] nog schade heeft, nu niet bekend is of [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] uitkeringen uit hoofde van een verzekering, noodfonds of anderszins heeft ontvangen.
2.11.
[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat de sloop van de woning RD Benelux B.V. niet ontheft van haar aansprakelijkheid voor de schade die ontstaan is door haar tekortkomingen. Zij verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad (NJ 2002/576 en NJ 1990/441).
2.12.
De rechtbank verwerpt het betoog van RD Benelux B.V. Als zich na het intreden van een schadeoorzaak waarvoor de benadeelde een ander aansprakelijk mag houden een tweede oorzaak voordoet, die eveneens geleid zou hebben tot de betreffende schade als die in werkelijkheid niet al zou zijn ontstaan, heeft dat geen invloed op de door de eerste gebeurtenis teweeggebrachte aansprakelijkheid. De eenmaal veroorzaakte schade is nu eenmaal veroorzaakt, en de aansprakelijkheid daarvoor is gevestigd. Latere gebeurtenissen kunnen daarin geen verandering meer brengen (zie onder meer HR 7 december 2001,
NJ 2002/576).
Hoogte toe te wijzen schade
2.13.
Nu alle posten beoordeeld zijn, is als schade door tekortkomingen toewijsbaar
€ 120.608,65 [2] - € 2.072,35 [3] - € 6.000,00 [4] - € 423,50 [5] = € 112.112,80.
2.14.
De wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar vanaf de dagvaarding, nu de vordering gebaseerd is op productie 14 van de dagvaarding en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] RD Benelux B.V. naar aanleiding van dit rapport op 4 oktober 2019 gesommeerd heeft tot betaling over te gaan. De wettelijke rente is gevorderd vanaf eerder ingangsdata die gelegen zijn vóór de datum van deze sommatiebrief en zijn daarom niet toewijsbaar.
Vervolg: buitengerechtelijke kosten
2.15.
De gevorderde buitengerechtelijke kosten van € 2.036,04 zijn toewijsbaar, gelet op de omvang van de buitengerechtelijke werkzaamheden en de hoogte van de toewijsbare posten. De hierover gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar met ingang van de dag van de dagvaarding.
Slotsom in conventie
2.16.
Toewijsbaar zijn de volgende posten:
schade tekortkomingen: € 112.112,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding (17 december 2019) tot de dag van volledige betaling;
minderwerk: € 2.903,01 [6] , te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van
12 oktober 2017 tot de dag van volledige betaling;
kosten vaststelling schade en aansprakelijkheid: € 1.936,00 [7] , te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 28 februari 2019 tot de dag van volledige betaling;
buitengerechtelijke kosten: € 2.036,04, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de dag van dagvaarden (17 december 2019) tot de dag van volledige betaling.
Proceskosten in conventie
2.17.
Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal RD Benelux B.V. veroordeeld worden tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tot heden begroot op:
  • kosten exploot € 99,01
  • griffierecht € 1.639,00
  • salaris advocaat
totaal € 7.051,01
2.18.
De over de proceskosten gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis.
In reconventie
2.19.
De rechtbank blijft bij de oordelen zoals geformuleerd in r.o. 4.119. tot en met 4.131. van het tussenvonnis van 16 februari 2022.

3.De beslissing

De rechtbank
in conventie
3.1.
verklaart voor recht dat RD Benelux B.V. tekort is gekomen in de nakoming van haar verplichtingen uit de bouwovereenkomst, doordat RD Benelux B.V. gebreken uit het opleverprotocol en andere (verborgen) gebreken niet althans onvoldoende heeft verholpen;
3.2.
veroordeelt RD Benelux B.V. tot betaling aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van € 112.112,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding (17 december 2019) tot de dag van volledige betaling;
3.3.
veroordeelt RD Benelux B.V. tot betaling aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van € 1.936,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 28 februari 2019 tot de dag van volledige betaling;
3.4.
veroordeelt RD Benelux B.V. tot betaling aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van € 2.903,01, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 12 oktober 2017 tot de dag van volledige betaling;
3.5.
veroordeelt RD Benelux B.V. tot betaling aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van € 2.036,04, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding (17 december 2019) tot de dag van volledige betaling;
3.6.
veroordeelt RD Benelux B.V. tot betaling aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van de proceskosten aan de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tot heden begroot op € 7.051,01, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
3.7.
wijst af het meer of anders gevorderde;
3.8.
verklaart dit vonnis ten aanzien van de beslissingen 3.2. tot en met 3.6. uitvoerbaar bij voorraad;
in reconventie
3.9.
wijst de vorderingen af;
3.10.
veroordeelt RD Benelux B.V. tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tot heden begroot op € 1.689,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
3.11.
verklaart dit vonnis ten aanzien van beslissing 3.10. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2022. [8]

Voetnoten

1.r.o. 4.41., 4.80. en 4.42.
2.r.o. 2.12. tussenvonnis 16 februari 2022
3.r.o. 2.6. dit vonnis
4.r.o. 2.9. dit vonnis
5.r.o. 4.55. en 4.105 tussenvonnis 16 februari 2022
6.r.o. 4.108. tussenvonnis 16 februari 2022
7.r.o. 4.113. tussenvonnis 16 februari 2022
8.type: me