De rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot vergoeding van kosten van een raadsman na een strafzaak die eindigde zonder strafoplegging. De officier van justitie besloot de verzoekster niet verder te vervolgen en de verzoekster vroeg vergoeding van de kosten van haar advocaat.
De rechtbank oordeelde dat de werkzaamheden van de raadsman tijdens de piketperiode (tot en met 19 oktober 2021) onder de piketregeling vielen en dus niet apart vergoed konden worden. Alleen de werkzaamheden daarna kwamen voor vergoeding in aanmerking. Daarnaast werd een standaardvergoeding toegekend voor het opstellen en toelichten van het verzoek.
De rechtbank kende in totaal een bedrag van € 806,04 toe aan de verzoekster, bestaande uit de vergoeding voor de werkzaamheden na de piketperiode en de kosten van het verzoek zelf. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.