Uitspraak
Emterra BV, te Heel
3.Op grond van vaste jurisprudentie (bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2021:499)
.
6.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die is verleend voor de oprichting en het gebruik van een strandpaviljoen met recreatieve en horeca-activiteiten. Zij stelden dat door de activiteiten van de vergunninghouder mensen rondlopen bij hun landbouwpercelen, auto’s parkeren op hun percelen en de toegang blokkeren, waardoor schade en overlast zouden ontstaan.
De rechtbank overwoog dat de percelen van eisers op aanzienlijke afstand van het strandpaviljoen liggen en dat de vergunning alleen betrekking heeft op het paviljoen zelf, niet op een parkeerterrein dichterbij. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de genoemde overlast daadwerkelijk verband houdt met het strandpaviljoen of dat er sprake is van vernielingen of andere significante gevolgen.
Ook de stelling dat auto's op of nabij hun percelen parkeren werd onvoldoende onderbouwd, mede omdat het niet aannemelijk is dat bezoekers van het strandpaviljoen daar parkeren. Verweerder heeft onweersproken gesteld dat er geen meldingen van overlast zijn gedaan. Gelet hierop concludeerde de rechtbank dat eisers onvoldoende procesbelang hebben en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep van eisers is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.