Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 oktober 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser,
[naam derde-partij]te [plaats 2] (vergunninghouder).
Rechtbank Limburg
Eiser, eigenaar van een appartement in het pand aan de [adres 1], stelde beroep in tegen de omgevingsvergunning voor het verbouwen van het voorpand tot 10 zelfstandige woningen. Hij voerde aan dat er sprake was van evidente privaatrechtelijke belemmeringen door bepalingen in de splitsingsakte en dat de vergunning onvoldoende was gemotiveerd op het gebied van ruimtelijke ordening, parkeerplaatsen en geluid.
De rechtbank oordeelde dat ten tijde van het bestreden besluit geen evidente privaatrechtelijke belemmering bestond, mede omdat de civiele rechter kan worden ingeschakeld voor vervangende toestemming binnen de VvE. Ook werd geoordeeld dat de splitsing van het bouwplan in voor- en achterpand toelaatbaar is, aangezien het twee afzonderlijke panden betreft met verschillende functies.
Verder werd vastgesteld dat de belangenafweging door verweerder zorgvuldig was gemaakt, waarbij onder meer leefbaarheid, parkeerbehoefte en geluid in voldoende mate waren betrokken. De economische uitvoerbaarheid van de exploitatie lag bij vergunninghouder en stond de vergunningverlening niet in de weg.
De rechtbank verwierp alle beroepsgronden van eiser en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand bleef. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het verbouwen van het voorpand tot 10 woningen is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.