Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
[verbalisant 2]hebben – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: [6]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst toede vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer]en veroordeelt de verdachte om aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van
€ 6.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 16 oktober 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening; - veroordeelt de verdachte in de kosten van de procedure, die ten behoeve van de tenuitvoerlegging daar onder begrepen, en begroot deze kosten aan de zijde van [slachtoffer] tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling
- bepaalt de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast op
- bepaalt dat voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, in zoverre daarmee de verplichting tot betaling aan [slachtoffer] komt te vervallen en andersom dat voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan [slachtoffer] , in zoverre daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.