Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
d.
3 november 2022 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
1.Onderzoek van de zaak
2.De vordering van de officier van justitie
3.De beoordeling
4.Het wettelijke voorschrift
5.De beslissing
- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op
- legt [verdachte 1] de verplichting op tot
gijzelingdie met toepassing van artikel 6:6:25 van Pro het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
1080 dagen.