Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[eiser sub 2],
[eiser sub 3],
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 mei 2019 met producties 1 tot en met 55,
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 16,
- de akte overlegging producties van de Gemeente met de producties 17 tot en met 21,
- de door [eisers] overgelegde producties 56 en 57,
- de akte wijziging van eis van [eisers] ,
- het proces-verbaal van comparitie van 21 januari 2020,
- de akte wijziging eis, ter griffie ontvangen op 11 maart 2022,
- de door [eisers] overgelegde producties 58 tot en met 61, ter griffie ontvangen op 11 maart 2022,
- het overleggen van leesbare exemplaren van producties 28, 42 en 44 door [eisers] zoals verzocht door de rechtbank,
- de door de Gemeente overgelegde productie 22,
- het proces-verbaal van voortzetting van comparitie van 23 maart 2022,
- de beknopte mondelinge toelichting als tijdens de comparitie door [eisers] overgelegd,
- de brief van de Gemeente, ter griffie ontvangen op 1 april 2022,
- de brief van [eisers] , ter griffie ontvangen op 1 april 2022,
- de brief van [eisers] , ter griffie ontvangen op 14 april 2022,
- de brief van de Gemeente, ter griffie ontvangen op 15 april 2022,
- de brieven van deze rechtbank aan partijen van 19 april 2022.
2.De feiten
- Bij besluit van 12 september j.l. is uw college akkoord met de door [eiseres sub 1] aangegeven laatprijs (…).
- De vastgestelde huurperiode tot en met 30 november 2018 en de daarmee samenhangende verschuldigde huurpenningen worden gerespecteerd.
- Eerst in Q3-2018 vindt overdracht van het pand plaats. (…)
- Zij maakt een gezamenlijke opdrachtbevestiging; met clausule als er sprake is van een conflict of interest. Kosten van haar worden gelijkelijk verdeeld tussen partijen.
- Zij maakt voor 1 maart aanstaande een concept koopovereenkomst; uitgangspunten: levering pand per 1 december 2018, koopprijs 2.826.000 k.k., clausule voor vloeren ( [naam advocaat] komt met een tekstueel voorstel). (…)
het college vooralsnog geen besluit heeft genomen omtrent de vervolgprocedure inzake mogelijke verwerving van het kantoorpand.
3.Het geschil
- de Gemeente veroordeelt om binnen 14 dagen na dit vonnis aan [eisers] te voldoen, tegelijk met het notarieel transport de koopprijs van € 2.600.000,00 en de huur tot de datum van het notarieel transport;
- de Gemeente veroordeelt binnen 14 dagen na dit vonnis mee te werken aan het notarieel transport door [eisers] aan de Gemeente van het kantoorpand, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 voor elke dag dat de Gemeente in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen, waarbij de dwangsommen worden gemaximeerd op € 2.700.000,00;
althans op enige datumtot stand is gekomen. Ook vorderen zij nakoming van die overeenkomst. Zoals tijdens de voortgezette comparitie door de rechtbank aan [eisers] voorgehouden, is het aan [eisers] te stellen (en zo nodig te bewijzen) op welk moment de koopovereenkomst tot stand is gekomen. Nu [eisers] tijdens die comparitie hebben gesteld dat 12 september 2017 de datum is waarop de overeenkomst tot stand is gekomen (overweging 2.38.), wijst de rechtbank alleen al daarom de primaire vordering af voor zover deze vordering ziet op enig andere koopovereenkomst dan een (mogelijk) op 12 september 2017 tot stand gekomen koopovereenkomst.
aankoop. Nog daargelaten of hiermee de koop van het kantoorpand wordt bedoeld, is ook de enkele bewoording ‘dat het kantoorpand wordt (aan)gekocht’ dusdanig vaag dat dit niet tot het oordeel leidt dat daarmee sprake is van aanvaarding en er dus een koopovereenkomst tot stand is gekomen, zeker bezien in het licht van alle nog te regelen hoofdpunten (essentialia) waaronder de koopprijs (mede in relatie tot de bestaande huurovereenkomst) en de leveringsdatum.
geïnformeerd, maar in de e-mail van 15 september 2017 (nota bene van [eisers] zelf, overweging 2.16.) staat ook dat [eisers] bekend zijn met de
besluitvormingdoor de gemeenteraad. Daarbij schrijft [eiser sub 2] in zijn e-mail van 24 september 2017 aan [naam ambtenaar] dat de eerste twee stappen van de procedure zijn voltooid (overweging 2.18.). Voorts is gesteld noch gebleken dat nadien op enig moment door [eisers] tegen dat ‘besluitvormings-vereiste’ is geageerd.
€ 11.997,00(3 punten x € 3.999,00, tarief VIII)