Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
1.subsidiair
2.
-binnen de bebouwde kom te rijden met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was, terwijl verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, Wegenverkeerswet 1994;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
Vrijspraak
een gevangenisstraf van 42 maanden;
bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2,5 jaar;
bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2,5 jaar;
bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2,5 jaar;
bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2,5 jaar;
benadeelde partij [slachtoffer 1]toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, van een bedrag van
€ 1.100,-, bestaande uit immateriële schade;
21 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
benadeelde partij [slachtoffer 3]toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, van een bedrag van
€ 956,-, bestaande uit immateriële schade;
19 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
benadeelde partij [slachtoffer 4]en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, van een bedrag van
€ 956,-, bestaande uit immateriële schade;
19 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
benadeelde partij [slachtoffer 5]toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, van een bedrag van
€ 2.614,28, bestaande uit € 1.614,28 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade;
36 dagen gijzeling, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
269 dagen.