Op 14 februari 2019 werd in een loods te Nuth een hennepkwekerij aangetroffen met 1256 hennepplanten en 47630 gram hennep. Verdachte werd ervan beschuldigd medepleger te zijn van deze kwekerij, illegale gasdiefstal en vernieling van de loods. De officier van justitie baseerde zich op een getuigenverklaring, de aanwezigheid van verdachte in de loods en DNA-sporen op een lepel in het achterste gedeelte van de loods.
De verdediging voerde aan dat de lepel een verplaatsbaar object is en het DNA-spoor geen daderspoor vormt. Verdachte gaf een aannemelijke verklaring voor zijn DNA-spoor, namelijk het eten van kwark met een lepeltje tijdens werkzaamheden in het voorste gedeelte van de loods.
De rechtbank oordeelde dat het DNA-spoor onvoldoende verband hield met het delict en dat de lepel niet logisch geassocieerd kan worden met de hennepkwekerij. Het alternatieve scenario van verdachte was niet in strijd met het dossier. Gezien het ontbreken van andere bewijsstukken sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen, omdat de feiten niet bewezen werden. De rechtbank veroordeelde hen tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de verdachte.