ECLI:NL:RBLIM:2022:9793
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet tijdig nemen AVG-verzoek en toekenning dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) op zijn verzoek om inzage van persoonsgegevens op grond van artikel 15 van Pro de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
De rechtbank heeft vastgesteld dat CAK niet tijdig heeft beslist en dat CAK de volledige dwangsom aan eiser verschuldigd is, hetgeen CAK ook erkende in een brief van 17 november 2022. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
CAK is veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 1.442,- en een proceskostenvergoeding van € 379,50 aan eiser. De rechtbank bepaalde de proceskostenvergoeding aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een wegingsfactor werd toegepast vanwege het lichte gewicht van de zaak.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was en dat het eerdere besluit van 22 januari 2022 niet ter beoordeling stond omdat eiser daartegen geen bezwaar had gemaakt. CAK hoefde niet opnieuw te beslissen op het AVG-verzoek omdat dat al was gedaan, maar de dwangsom was nog niet vastgesteld.
Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd en CAK wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom en proceskostenvergoeding.