De rechtbank Limburg heeft op 12 december 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van zware mishandeling en poging daartoe. De verdachte zou het slachtoffer met een volle glazen wijnfles met kracht tegen het hoofd en gezicht hebben geslagen. Het letsel van het slachtoffer, behoudens neusfracturen, vond geen medische ondersteuning in het dossier en werd niet als zwaar lichamelijk letsel aangemerkt.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit van zware mishandeling, maar achtte de poging tot zware mishandeling bewezen. De verdachte bekende dit subsidiaire feit duidelijk. De rechtbank legde een taakstraf van 180 uren op met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank nam bij de strafoplegging de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, haar schuldbewuste houding en het blanco strafblad mee. De ernst van het feit werd benadrukt met de voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €4.000 toegewezen aan het slachtoffer, terwijl een materiële schadevergoeding voor een stoeptegel werd afgewezen wegens gebrek aan causaal verband.
De rechtbank legde tevens een betalingsverplichting aan de verdachte op ten behoeve van de benadeelde partij, met gijzeling als dwangmiddel bij niet-betaling. De verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde zware mishandeling en veroordeeld voor poging tot zware mishandeling.