Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
's-Gravenhage.
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
primair), dan wel haar met een mes zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht (
subsidiair), dan wel heeft geprobeerd haar zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (
meer subsidiair).
3.De beoordeling van het bewijs
de verdachte). Ik hoorde dat hij tegen mij vertelde dat hij al voor mijn woning stond, gelegen aan de [adres] te Heerlen. Ik heb de deur geopend en hij is binnen gekomen. Om 01:30 uur heb ik voorgesteld om te gaan slapen. We zijn toen richting de slaapkamer gegaan. We zijn toen gaan liggen en hij is tegen mij aan komen liggen. Ik ben toen in slaap gevallen. Op een gegeven moment werd ik wakker. Ik voelde dat ik aan mijn rechterarm werd getrokken. Ik zag dat [verdachte] degene was die aan mijn arm trok. Ik vroeg op dat moment of ik aan het snurken was. Ik hoorde dat hij zei "nee". Ik voelde dat [verdachte] mij hierop begon te steken of te snijden. Ik voelde dat er met een scherp voorwerp in mijn nek werd gestoken. Ik vroeg aan [verdachte] wat hij aan het doen was. Daar reageerde [verdachte] niet op. Op dat moment voelde ik geen pijn. Ik weet niet meer wat erna precies gebeurd is, maar ik lag op de grond naast het bed. Hoe ik uit het bed ben gekomen weet ik niet. Ik zag op dat moment alleen maar bloed liggen. Ik dacht dat ik op dat moment dood ging. [2]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- gelast dat de verdachte
- beveelt dat de ter beschikking gestelde
Benadeelde partij [slachtoffer] en schadevergoedingsmaatregel
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , van een bedrag van
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van € 3.000,00, bij gebreke van betaling en verhaal kan
- voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade. De immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 september 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 436,00, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
Beslag
onttrekt aan het verkeerde volgende in beslag genomen voorwerpen:
teruggavevan de volgende in beslag genomen voorwerpen aan [slachtoffer] :
- 1 STK Schaar;
- 1 STK Vork;
- 1 STK Laken,
gelast de tenuitvoerleggingvan de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam van 17 oktober 2018, gewezen onder parketnummer 10.660317.18, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.