Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
- verklaart het verzoek niet ontvankelijk;
- bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in de zaak met zaaknummer 308056 HA RK 22-210 niet in behandeling zal worden genomen.
Rechtbank Limburg
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. W.J.J. Beurskens, rechter in de rechtbank Limburg, in een lopende zaak. De wrakingskamer ontving meerdere e-mails en reacties van verzoeker, die niet werd bijgestaan door een advocaat, terwijl dit volgens de wet verplicht is bij het indienen van een verweerschrift.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoekschrift niet medeondertekend was door een advocaat, waardoor het verzoek niet in behandeling kon worden genomen. Verzoeker weigerde dit verzuim te herstellen en bleef bij zijn standpunt dat verplichte procesvertegenwoordiging niet nodig was.
Daarnaast constateerde de wrakingskamer dat verzoeker in korte tijd meerdere kansloze wrakingsverzoeken had ingediend, waardoor de misbruikbepaling van artikel 39 lid 4 Rv Pro van toepassing werd verklaard. Dit betekent dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat een volgend verzoek tot wraking niet in behandeling wordt genomen. De beslissing werd op 1 december 2022 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.