ECLI:NL:RBLIM:2022:9996

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 december 2022
Publicatiedatum
13 december 2022
Zaaknummer
C/03/311199 HA RK 22/274
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 278 RvArt. 282 RvArt. 39 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken verplichte procesvertegenwoordiging en misbruik

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. W.J.J. Beurskens, rechter in de rechtbank Limburg, in een lopende zaak. De wrakingskamer ontving meerdere e-mails en reacties van verzoeker, die niet werd bijgestaan door een advocaat, terwijl dit volgens de wet verplicht is bij het indienen van een verweerschrift.

De wrakingskamer oordeelde dat het verzoekschrift niet medeondertekend was door een advocaat, waardoor het verzoek niet in behandeling kon worden genomen. Verzoeker weigerde dit verzuim te herstellen en bleef bij zijn standpunt dat verplichte procesvertegenwoordiging niet nodig was.

Daarnaast constateerde de wrakingskamer dat verzoeker in korte tijd meerdere kansloze wrakingsverzoeken had ingediend, waardoor de misbruikbepaling van artikel 39 lid 4 Rv Pro van toepassing werd verklaard. Dit betekent dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat een volgend verzoek tot wraking niet in behandeling wordt genomen. De beslissing werd op 1 december 2022 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Limburg.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Wrakingskamer
Zaaknummer: 311199/ HA RK 22 - 274
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonend te [woonplaats] ,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. W.J.J. Beurskens, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

1.De procedure

Op 8 november 2022 is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker inhoudende een verzoek tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 308056 HA RK 22-210.
De rechter heeft op 15 november 2022 de wrakingskamer bericht dat hij niet berust en ter zitting zal verschijnen. Tevens heeft de rechter op 17 november 2022 een schriftelijke reactie ingediend.
Verzoeker heeft op 18 november 2022 een brief van de rechtbank ontvangen, waarin hem de gelegenheid wordt geboden het verzuim te herstellen.
Op 18 november 2022 om 15:27 uur is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker inhoudende een reactie op de brief van de rechtbank van 18 november 2022.
Op 18 november 2022 om 15:43 uur is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker inhoudende een reactie op de brief van de rechtbank van 18 november 2022.
Op 20 november 2022 om 00:47 en om 19:28 uur zijn ter griffie e-mailberichten ontvangen van verzoeker inhoudende een vervolg reactie op de brief van de rechtbank van 18 november 2022.
Op 21 november 2022 om 11:33 uur is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker inhoudende een vervolg reactie op de brief van de rechtbank van 18 november 2022.
Op 22 november 2022 om 00:01 uur is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker waarin verzoeker vermeldt dat hij een klacht gaat indienen als hij om 17:00 uur die middag niets heeft gehoord.
Op 22 november 2022 om 16:01 uur is ter griffie een e-mail ontvangen van verzoeker waarin verzoeker de voorzitter van de wrakingskamer wraakt.
Het verzoek tot wraking van de voorzitter van de wrakingskamer is op 29 november 2022 niet ontvankelijk verklaard.
De datum van de uitspraak wordt bepaald op heden.

2.De beoordeling

Ingevolge artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Ingevolge artikel 282 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, gelezen in samenhang met artikel 278 van Pro deze wet, volgt dat bij de indiending van een verweerschrift sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging.
Het door verzoeker ingediende verzoekschrift is niet medeondertekend door een advocaat terwijl dit, gelet op voornoemde regelgeving wel verplicht is. Ondanks dat verzoeker de gelegenheid is geboden dit verzuim te herstellen blijft hij bij zijn standpunt dat er geen verplichte procesvertegenwoordiging is en dat ondertekening door een advocaat onnodig is.
De wrakingskamer komt dientengevolge dan ook tot het oordeel dat het verzoek tot wraking om die reden niet in behandeling kan worden genomen. Het verzoek is niet ontvankelijk.
De wrakingskamer ziet daarnaast in het feit dat verzoeker in de onderliggende procedure in een korte periode tweemaal achter elkaar kansloze wrakingsverzoeken heeft ingediend aanleiding de misbruikbepaling van artikel 39 lid Pro 4, Rv van toepassing te verklaren. Dit betekent dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
  • verklaart het verzoek niet ontvankelijk;
  • bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in de zaak met zaaknummer 308056 HA RK 22-210 niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.J. Quaedvlieg, voorzitter, mr. M.T.A.C. Russel en mr. W.F.J. Aalderink, bijgestaan door mr. M.J.W.D. Janssen, griffier. In het openbaar uitgesproken op 1 december 2022. [1]

Voetnoten

1.type: [concipiënt_initialen]