De rechtbank Limburg heeft verdachte veroordeeld voor de diefstal van drie personenauto’s, gepleegd in juli en augustus 2016 in de gemeenten Horst aan de Maas en Heerlen. De diefstallen zijn bewezen verklaard op basis van aangiftes, telecommunicatieonderzoek en verklaringen, waarbij braak niet bewezen werd. De verdachte heeft de feiten bekend en is vrijgesproken van de braak.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de forse overschrijding van de redelijke termijn van ruim vier jaar tussen aanhouding en vonnis, wat zwaar meeweegt in de strafoplegging. De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 90 uur met een proeftijd van één jaar en een bijzondere meldplicht, conform het advies van de reclassering.
De benadeelde partij vorderde materiële en immateriële schadevergoeding, waarvan slechts een beperkt bedrag van €429,20 aan materiële schade is toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente. De immateriële schade is afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag. De verdachte en zijn mededader zijn hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schadevergoeding.
De rechtbank heeft de straf bepaald met inachtneming van landelijke oriëntatiepunten, het ontbreken van recidive voor vermogensdelicten, en het feit dat de verdachte na de feiten nog een andere veroordeling kreeg. De taakstraf wordt verminderd met het voorarrest, waarbij twee uur voorarrest per dag wordt gerekend. De verdachte moet zich melden bij de reclassering en zich houden aan de opgelegde voorwaarden.