ECLI:NL:RBLIM:2023:1470
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging tot binnentreden garage niet als woning in bestuursrechtelijke procedure
Eisers maakten bezwaar tegen een machtiging tot binnentreden die was afgegeven voor de garage op hun perceel, omdat zij van mening waren dat de garage als onderdeel van hun woning moet worden beschouwd. De toezichthouder had zonder toestemming de garage betreden vanwege vermoedens van overtredingen van het omgevingsrecht. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de garage niet als woning in de zin van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) kan worden aangemerkt, waardoor de machtiging achteraf niet vereist was.
De rechtbank overweegt dat een woning een plaats is waar iemand zijn privaat huiselijk leven leidt en dat dit niet zonder meer wordt bepaald door uiterlijke kenmerken, maar ook door de daadwerkelijke bestemming. De garage werd gebruikt voor opslag en is een separaat bouwwerk zonder directe toegang vanuit de woning. Er werd niet gewoond in de garage en er speelde zich geen privé-huiselijk leven af.
Verder oordeelt de rechtbank dat eisers wel procesbelang hebben bij hun beroep, ondanks dat de machtiging slechts voor één dag gold en reeds was uitgevoerd. De rechtbank stelt vast dat de bevindingen ook zonder machtiging verkregen hadden kunnen worden en dat verweerder de bevindingen niet heeft gebruikt voor handhavingsmaatregelen. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om het bezwaar tegen de machtiging tot binnentreden in de garage niet-ontvankelijk te verklaren is ongegrond verklaard.