ECLI:NL:RBLIM:2023:1495
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid
In deze zaak verzocht de verdediging om wraking van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, bestaande uit drie rechters, wegens vermeende vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek betrof twee gronden: het niet horen van de rechter-commissaris die toestemming gaf voor onderschepping van Encrochat-data en het afwijzen van het verzoek om zes medeverdachten als getuigen te horen.
De rechtbank had het verzoek tot het horen van de rechter-commissaris afgewezen omdat zij zelf de beoordeling van het onderzoekstraject en de afgegeven machtigingen wilde doen. De verdediging stelde dat hierdoor een schijn van vooringenomenheid ontstond omdat de rechtbank een voorschot nam op haar eindbeslissing. Ook het verzoek om medeverdachten te horen werd afgewezen met de motivering dat het geen Keskin-getuigen betrof en de onderbouwing onvoldoende was.
De wrakingskamer overwoog dat wraking niet bedoeld is om inhoudelijke beslissingen van de rechter te toetsen en dat motivering alleen tot wraking kan leiden indien deze onmiskenbaar blijk geeft van vooringenomenheid. De kamer oordeelde dat de motivering van de rechtbank niet zodanig was en dat de rechters zich bovendien de mogelijkheid voorbehouden om bij de eindbeoordeling alsnog informatie op te vragen of getuigen te horen.
Daarom verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek ongegrond en handhaafde de onpartijdigheid van de rechters. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2023.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer is ongegrond verklaard wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.