ECLI:NL:RBLIM:2023:1500
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen meervoudige strafkamer rechtbank Limburg
In deze zaak diende verdachte een wrakingsverzoek in tegen de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, bestaande uit drie rechters, omdat hij meende geen eerlijk proces te krijgen. Dit verzoek was gebaseerd op het feit dat de rechtbank weigerde de rechtmatigheid van het opsporingsonderzoek te onderzoeken en geen aanhouding wilde verlenen in afwachting van prejudiciële vragen over het interstatelijke vertrouwensbeginsel die de Hoge Raad zou behandelen.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro en oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er objectief gerechtvaardigde aanwijzingen zijn voor partijdigheid. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen maakt dat een rechterlijke beslissing of de motivering daarvan niet als grond voor wraking kan dienen, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit anders maken.
De rechtbank had de afwijzing van het aanhoudingsverzoek gemotiveerd met het standpunt dat er geen verplichting bestaat om zaken aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen, vergelijkbaar met lopende cassatieprocedures. De wrakingskamer vond deze motivering niet getuigen van vooringenomenheid.
De officier van justitie ondersteunde de afwijzing van het wrakingsverzoek. De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek ongegrond was en wees het af. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 9 februari 2023.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige strafkamer is ongegrond verklaard en afgewezen.